Header Image

Blog

Interview

SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou
Sabi Tolou
CCO SendCloud
Interview

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

nov 13, 2017

Ruben van Vreeland leerde zichzelf op negenjarige leeftijd programmeren en was vanaf zijn veertiende ethisch hacker. In de loop der jaren kraakte hij de beveiligingssystemen van grote bedrijven als eBay en LinkedIn. Die ervaring komt goed van pas bij BitSensor, de startup die hij samen met compagnon Alex Dings begon. Niet voor niets werd BitSensor uitgeroepen tot beste startup van Nederland. Op 29 november deelt Ruben bij Digital Wednesday zijn verhaal.

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

Toen ik begon stonden hackers over het algemeen slecht bekend bij bedrijven. Dat er ook jongens waren zoals ik, die het met goede bedoelingen deden, dat was echt iets nieuws. Bedrijven hebben er aan moeten wennen dat ze kwetsbaar zijn. De laatste jaren vindt er een omslag plaats op dat gebied, bedrijven zien in dat ze echt wel een probleem hebben op het gebied van cybersecurity. Het duurde soms na negen maanden tot ze ontdekten dat ze gehackt waren. Daar kwamen ze een tijd mee weg, maar nu consumenten steeds meer belang aan privacy hechten merk je dat bedrijven ook scherper zijn geworden. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een oplossing als BitSensor. 

Waarom krijgen grote bedrijven dit zelf niet voor elkaar?

Dat ligt samen met het hoge ontwikkeltempo. Met DevOps gaat het allemaal zo verschrikkelijk snel dat je er haast niet tegen op kan testen. Bij grote bedrijven worden er bij wijze van spreken dagelijks nieuwe updates online gezet. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van security. Wat wij met BitSensor hebben ontwikkeld is eigenlijk een soort radarsysteem: we maken inzichtelijk hoe en waar een hacker probeert binnen te dringen, en stoppen vervolgens zijn poging. We volgen hackers daarbij vanaf het eerste moment, zowel bij simpele als bij gecompliceerde hacks. De input die we daar uit halen gebruiken we ook weer om onze tactieken te verbeteren.

Heb je moeten wennen aan het ondernemerschap?

Nou, eigenlijk focus ik me nog steeds vooral op de ontwikkeling van het product. Voor de verkoop van BitSensor werken we samen met partners, dat scheelt een hoop werk. Zij bieden het aan bij klanten en helpen daar vervolgens met de implementatie. Dat geeft ons de ruimte om volledig te foccusen op de ontwikkeling en optimalisering van BitSensor. De kwaliteit die we bieden is de kracht van het bedrijf. Het zou zonde zijn als die afneemt omdat Alex en ik te druk zijn met andere zaken.

Hoe doen jullie dat dan met nieuw personeel?

De zoektocht naar talent is voor veel IT-bedrijven een enorme uitdaging, je ziet dat daar echt een strijd om plaatsvindt. Natuurlijk bieden wij onze mensen ook zo veel mogelijk, je wil niet onderdoen voor de rest van de markt. Maar wat we doen is ook echt wel een voordeel, we merken dat we echt tot de verbeelding spreken. En dat betekent ook dat wij vaak gevonden worden door internationaal talent: zo verkeren we in de luxe positie dat we niet steeds op zoek hoeven naar nieuwe mensen.

Benieuwd naar het verhaal van Ruben? Meld je dan hier aan voor Digital Wednesday.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Ruben van Vreeland
Ruben van Vreeland
CEO BitSensor
Interview

Nederlandse startups in de VS: droom of nachtmerrie?

nov 13, 2017

Voor veel Nederlandse startups is het een droom: na een succesvolle start in de Benelux de sprong wagen naar het buitenland. En dan het liefste naar de Verenigde Staten, want daar is de ‘sky the limit’ en zijn de wegen met goud geplaveid. Peter Laanen hielp Nederlandse ondernemers bijna 18 jaar lang met de overstap naar de Verenigde Staten. Op woensdag 29 november deelt hij bij Digital Wednesday de do’s en don’ts voor Nederlandse ondernemers in de VS. Om je vast een idee te geven, legden we hem drie stellingen voor.

  1. Met een goed product kan je de VS veroveren

Natuurlijk kan dat. Maar je moet niet denken dat zodra je uit het vliegtuig stapt er allerlei deuren voor je opengaan. Veel belangrijke investeerders zitten op Sand Hill Road. Sommige ondernemers denken dat je daar gewoon kan aankloppen en dat ze dan wel naar je luisteren. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet je echt de juiste mensen kennen. En dan ben je er nog niet hoor. Als je wordt uitgenodigd moet je in staat zijn om een inhoudelijke en overtuigende elevator pitch te houden. Zo’n moment kan je maken of breken. Want al is je product nog zo goed, als je het niet goed kan uitleggen ben je nergens.

  1. Nederlands beheersen de Engelse taal uitstekend

Als je hier echt wil slagen moeten alle details kloppen. Een goede beheersing van de taal blijkt vaak toch een grotere uitdaging. Dat zit hem in kleine dingen: een Amerikaan zegt vrij snel ‘awesome’, maar dat betekent niet dat hij je verhaal echt geweldig vindt. En vertel je in een verhaal over liters, kilogrammen of graden Celsius, dan ben je de Amerikanen al kwijt. Neem nou die elevator pitch, daarbij moet je echt in staat zijn om je verhaal snel en helder te presenteren. Op zo’n moment wil je niet struikelen over een ingewikkeld woord, dan is je momentum weg. Daarnaast bewijs je jezelf natuurlijk ook geen dienst als je iets heel anders zegt dan je bedoelt. En dat zit hem soms al in hele kleine nuances.

  1. We kunnen iets leren van Amerikaanse bedrijven

In Nederland zijn we gewend om met een vangnet te werken. Op het gebied van uitkeringen en zorg is alles hier enorm goed geregeld, als je het vergelijkt met de VS. Maar dat maakt wel dat ze daar veel efficiënter omspringen met hun middelen. Startups die een miljoeneninvestering krijgen blijven in de VS gewoon lean & mean opereren, ieder dubbeltje wordt daar omgekeerd. Met dat geld moet je het immers doen, daarmee kan je de sprong maken naar de echte top. In Nederland zie je vaak dat zo’n investering al bijna als einddoel wordt beschouwd. Dan rijdt de CEO plotseling in een mooie wagen en neemt het heilige vuur toch wat af.

 

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Peter Laanen
Peter Laanen
International Trade Director in San Francisco
Interview

Grote stappen maken met customer journeys

okt 22, 2017

Harald Lamberts is eigenaar van service design bureau Essense. Sinds de oprichting in 2011 is het bureau flink gegroeid: naast het Amsterdamse kantoor is er sinds mei 2017 ook een vestiging in Eindhoven actief. Als strategisch design consultant is Lamberts bezeten van het ontwerpen van services die een positieve impact hebben op consument en maatschappij. Bij Digital Wednesday vertelt hij hoe bedrijven hun dienstverlening met de hulp van service design kunnen verbeteren.

Wat doet een service designer precies?

Service designers brengen de hele dienstverlening van organisaties in kaart. Het gaat dan echt om alles wat er bij de ‘customer journey’ komt kijken. Websites en mobiele applicaties vormen eigenlijk maar een onderdeel van dat geheel. Natuurlijk hangt klantervaring nauw samen met wat er op digitale kanalen gebeurt, maar er is meer dan dat. Neem bijvoorbeeld ons traject voor Schiphol: daar hadden we te maken met verschillende kanalen voor Parkeren, See-Buy-Fly en Plaza. Die hadden allemaal eigen communicatielijntjes lopen naar klanten. Terwijl het voor klanten een betere ervaring oplevert als je dat allemaal op elkaar afstemt. Door alles vanuit klantperspectief in kaart te brengen, maken wij inzichtelijk hoe de klantervaring verbeter kan worden. Zo maken we kansen inzichtelijk en dragen we bij aan een mogelijke oplossing. Dat is service design: het ontwerpen van dienstverlening en bijbehorende klantervaring.

Krijgen jullie van bedrijven daarbij dan alle vrijheid?

Nou, het is niet alsof we aankomen en dat iemand dan zegt: ‘verander alles maar’. We maken een analyse en brengen daarvoor een advies uit. Het is dan aan onze opdrachtgever om te beslissen wat ze daar mee willen doen. In de praktijk zitten ze echt niet altijd op die totaaloplossingen te wachten, maar je moet soms gewoon even door de zure appel heen. Stel nou dat je allemaal directeuren hebt die allemaal op hun eigen silootje zitten: klanten van jouw bedrijf krijgen dan als gevolg al snel een gefragmenteerde ervaring. Dan is het nodig om je dienstverlening horizontaal te ontwerpen en zo te zorgen dat de functionele afdelingen samen één coherente klantervaring opleveren.

Hoe vindt zo’n omslag in de praktijk plaats?

Ik haalde net al even het voorbeeld van Schiphol aan. Klanten ontvingen van nieuwsbrieven voor alle verschillende diensten, nu is dat meer één geheel geworden. De afdeling binnen Schiphol waar wij voor werken heeft dit intern heel goed opgepakt en daar werken de leidinggevenden van de verschillende afdelingen nu goed samen. Bij PostNL was sprake van een vergelijkbare situatie waar de klantinteractie voor de kanalen retail, bezorger en digitaal niet altijd optimaal afgestemd was. Nu we met hun vanuit customer journeys werken zie je al dat er grote stappen gemaakt worden. Ook daar wordt dit nu heel goed opgepakt vanuit de online afdeling.

Wat onderscheidt jullie van gewone designers?

Volgens mij bewegen veel designers steeds meer richting service design. Wat je ook maakt, uiteindelijk draait het altijd om de beleving van de eindgebruiker. Vanuit onze rol brengen we de ervaring van gebruikers in kaart en brengen we vervolgens waar mogelijk verbeteringen aan. De rol van service designers is dan eigenlijk ook vaak het faciliteren van andere disciplines. We brengen techneuten, marketeers en andere merkvertegenwoordigers samen. Dat doen we door alle kennis, feedback en data inzichtelijk te maken en daarbij verbanden te leggen. Dat stelt onze opdrachtgevers in staat weloverwegen beslissingen te nemen die zowel commercieel belang als klantervaring dienen.

Hoe zie je de toekomst van service designers?

Het wordt geleidelijk steeds iets strategischer. Drie jaar geleden was het allemaal nog niet zo aan de orde, dan bleven de vragen die wij nu beantwoorden vaak in de ontwikkelteams hangen. Nu meer bedrijven zich bewust worden van de waarde van de totale klantervaring zie je dat ons werk ook bij de boardroom de aandacht trekt. Onze rol wordt in die zin steeds sturender. Het wisselt natuurlijk per branche hoe groot de urgentie is, maar de stijgende lijn is overal ingezet. Neem nou de bankensector: eigenlijk gaat het daar natuurlijk om een commodity product, dan kan je jezelf onderscheiden met klantervaring. Dan is service design plotseling heel urgent en dat beseffen ze ook.

 

Meer weten over service design? Harald Lamberts spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Harald Lamberts
Founder & Owner at Essense
Interview

Coderen is de toekomst van design

okt 18, 2017

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?

Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk

Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Zijn daar dan geen goede tools voor?

Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?

Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?

Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven
Designer, strategist, creative leader
Interview

Sander Bartmann (DSM): “Wij gebruiken bewust B2C-tactieken in onze B2B-marketingaanpak”

sep 20, 2017

Sander Bartmann is Global Brand Manager van een ‘wereldberoemd’ ingredient product dat veel mensen mogelijk (nog) niet kennen, maar dat talloze toepassingen kent. Namelijk DSM’s supersterke UHMWPE-vezel die beter bekend is onder de merknaam Dyneema. De komende Digital Wednesday (27 september) vertelt hij hoe DSM aan een begeerlijk ingredient brand bouwt dat steeds meer producenten ‘inside’ hun merkartikelen willen hebben.

Dyneema is in 1963 uitgevonden door Dr. Albert Pennings. Het heeft uiteindelijk tot begin jaren 90 geduurd voordat DSM het product is gaan commercialiseren. De Dyneema-vezel is 15 keer sterker dan staal op basis van hetzelfde gewicht, tevens is het heel duurzaam. In de afgelopen 25 jaar hebben deze exceptionele eigenschappen van Dyneema ervoor gezorgd dat er verschillende markten opgeschud zijn. Denk daarbij aan touwen en stroppen in de maritieme industrie, kogelwerende vesten en bepantsering voor de militaire industrie, en snijbestendige handschoenen en kleding.

‘Met Dyneema’

De laatste jaren heeft Dyneema nieuwe toepassingen gevonden in verschillende textielvormen. Dit heeft er toe geleid dat Dyneema nu wordt toegepast in allerlei ‘heavy duty’ sport- en outdoorartikelen voor bijvoorbeeld bergsporters waarbij lichtgewicht en sterkte (duurzaamheid) de belangrijkste eigenschappen zijn. Bartmann: “Dyneema wordt meer en meer een begeerlijke ‘ingredient brand’ dat door bekende merken zoals Specialized, Stone Island, Under Armour, Levi’s en Adidas in hun producten wordt verwerkt omdat het product daarmee een sterk onderscheidend karakter krijgt. Zoals laptopmerken zich positioneren met ‘Intel Inside’, zo communiceren onze partners dat het product ‘met Dyneema’ is gemaakt.”

Geïntegreerde marketing

Zodoende ontwikkelt de marketingcommunicatie van Dyneema zich volgens Bartmann steeds meer richting de principes die gelden in de B-to-C aanpak. “De klassieke business-to-business-marketingcommunicatie was lang gestoeld op publiciteit via de vakmedia of via het bouwen van relaties in het distributiekanaal. Intussen willen klanten meer dan alleen worden overtuigd door kwaliteit en ratio. Ze willen ook emotioneel geraakt worden en een relatie aangaan met een merk. Het hele (digitale) medialandschap is onderhevig aan continue verandering. Je moet als merk hier snel op kunnen inspelen. Dat vraagt ook om een andere manier van samenwerken met je online marketingbureau. Met Valtech hebben we een sterke strategische relatie door de jaren heen opgebouwd. We werken niet van campagne tot campagne maar denken en acteren meer in complete geïntegreerde programma’s waarbij er meer een ‘wij’-gevoel is dan een bureau-klantrelatie. Alleen op deze manier kunnen we samen tot een maximale impact komen van onze marketingcommunicatie-activiteiten.”

Innovatie en impact

Bartmann geeft als voorbeeld: “Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro hebben we een narrow targeted guerilla-actie gedaan op basis van Facebook-advertenties in combinatie met geolocatie. We hebben zeilfanaten benaderd in een straal van een paar kilometer rond de Olympische haven en onze doelgroep daar in contact gebracht met een Facebook Canvas-advertentie gericht op de introductie van een nieuwe technologie voor zeillijnen.  In twee weken tijd hebben we ruim negentigduizend impressies gehad met enorme engagementcijfers. Dit soort innovatieve activiteiten ontwikkelen in combinatie met de enorme impact, dat geeft een kick!”

Naast Sander Bartmann spreken ook Paul Kerssens (Zamro) en Niek Sanders (Bidfood) op woensdag 27 september op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door Erwin van den Brink van Lubbers De Jong.

Sander Bartmann
Global Brand & Communications Manager @DSM
Interview

Internet of Things: veel meer dan alleen die intelligente koelkast

aug 24, 2017

Bas Boorsma (47) is bij Cisco verantwoordelijk voor digitalisering en smart cities in Noord-Europa. Bij Digital Wednesday en in zijn boek ‘A New Digital Deal’ deelt Bas zijn visie op de toekomst en ‘the Internet of Things’. Want nu technologiereuzen steeds meer data tot hun beschikking krijgen gaan ontwikkelingen sneller dan we denken. Daarom moeten we nadenken over nieuwe ecosystemen en de rol van overheid en bedrijfsleven. De digitale wereld vergt niet alleen een drastische aanpassing van onze infrastructuur, maar ook een nieuwe kijk op ethiek. In dit interview met Bas krijg je alvast een voorproefje van wat komen gaat. 

Wat is het Internet of Things?
‘Dat is de intelligente verbinding van mensen, processen, data en dingen. En denk dan vooral niet aan een intelligente koelkast of iets in die trant. Daar wordt al heel lang over gepraat en gefantaseerd, maar als je het internet van dingen wil duiden is dat eigenlijk geen goed voorbeeld. We hebben nu ongeveer een kwart eeuw internet. Dat draait allemaal om mensen die online berichten plaatsen, spullen kunnen kopen en informatie uitwisselen. Het internet van dingen is daar de afgelopen tien jaar overheen gekomen. Denk aan de onderdelen van de motor van een vliegtuig, die allemaal een eigen IP-adres hebben en verbonden zijn. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s, die in verbinding staan met verkeersborden en andere verkeersdeelnemers. Een ziekenhuis waar alles goed verbonden en gestructureerd is, zodat patiënten beter geholpen kunnen worden. Allemaal relevanter dan zo’n koelkast die weet dat de melk bijna op is.’

Wat is de huidige stand van zaken?
‘We zitten midden in een verandering van paradigma, digitalisering is het volgende hoofdstuk van onze maatschappij. Het internet van dingen gaan samen met kunstmatige intelligentie en data analytics een enorme impact hebben. Er worden momenteel tussen de 100.000 en 1.000.000 nieuwe objecten per uur aangesloten op het internet. En dat gaat steeds sneller, er is echt sprake van exponentiële groei. Dat brengt interessante mogelijkheden met zich mee. Hoe meer er is aangesloten qua nodes, hoe meer je er mee kan. Denk aan Facebook, dat werd pas een relevant platform toen al je vrienden erop zaten. Zo is het ook met het internet der dingen. Het enige probleem is dat er nu nog een gebrek aan standaardisatie is, omdat iedereen andere protocollen gebruikt. Zulke details breken de volwassenwording van het internet van dingen op. In de belangrijkste markten zie je dat die standaarden er nu beginnen te komen.’

Zijn we als maatschappij klaar voor de mogelijkheden?
‘Op het gebied van infrastructuur nog niet. Als de digitalisering zich verder ontwikkelt dan volstaat onze huidige infrastructuur straks niet meer. We maken nu voor ons internet gebruik van kabel- of glasvezelverbindingen, die zijn op zichzelf niet ‘smart’. Stel je voor dat de rembeweging van een zelfrijdende auto moet worden gesynchroniseerd met die van een andere auto en stoplichten. Het signaal moet dan niet via een datacenter lopen, dat gaat veel te langzaam. Je moet die intelligentie in kastjes op de hoek van de straat gaan plaatsen. En dan nog blijft het een hele uitdaging. Auto’s kunnen met sensoren niet door een drukke straat vol fietsers manoeuvreren. Neem Amsterdam, iedereen rijdt daar voortdurend door rood licht. Je moet een beetje een schoft zijn om daar te kunnen rijden. Een auto met sensoren moet zich aan de regels houden en weet dus niet wat de juiste keuze is als hij zulke dingen ziet gebeuren. Welke software stop je er dan in om die afweging te maken? Daar liggen niet alleen praktische overwegingen aan ten grondslag, maar ook ethische.’

Welke ethische problemen kunnen er gaan spelen?
‘We moeten bewuster omgaan met informatie. We hebben ons op het internet als een kind in een speeltuin gedragen. Maar misschien moeten we er opnieuw wat kritischer naar kijken. Daar schrijf ik ook over in mijn boek: als we niet komen tot een betere morele omkadering, dan kan de digitalisering straks in ons gezicht klappen. Dat willen we niet, want er is veel te veel moois te halen. Maar om dat te bewerkstelligen moet je ook de negatieve kanten van digitalisering ondervangen. Nu is dat nog te weinig onderdeel van de maatschappelijke discussie. We moeten volgende generaties daar veel beter in begeleiden. Er lijkt nu een naïef mantra te gelden om zoveel mogelijk data open te stellen. We stellen het allemaal vrij beschikbaar zodat andere mensen of bedrijven er iets mee kunnen. Maar willen we al die data wel behouden? Daar moeten we goed over nadenken. We zetten al onze informatie online, van persoonlijke details tot vakantiefoto’s. Maar wat als verzekeraars die gegevens gebruiken om je huidige en toekomstige gezondheid in kaart te brengen? Want dat kan straks op basis van die foto’s. Wil je dat wel?’

Naast Bas Boorsma spreken ook Hellen van der Plas (Philips) en Jody van den Tillaart (Husky) op 30 augustus op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door: Olivier Wortel van Lubbers De Jong.

Bas Boorsma 
Director Internet of Everything & City Digitization, North Europe bij Cisco