Jos Westerkamp kwam in zijn vorige functie als big data marketeer bij een CRM-bedrijf in aanraking met Augmented Reality (AR) en wilde er meer over weten. Vanuit zijn fascinatie kwam hij bij twnkls terecht waar hij nu marketing manager is. twnkls is pionier op het gebied van augmented reality maar ook een beetje een best kept secret. Aan Jos de schone taak om meer bekendheid te genereren voor twnkls en voor de gave, revolutionaire dingen die zij doen. Tijdens Digital Wednesday op 28 februari vertelt hij hier meer over.

Wat is twnkls voor bedrijf en hoe gaan jullie te werk?

Wij zijn een autoriteit in het bedenken, ontwikkelen en implementeren van AR applicaties voor bedrijven. Een tijdje geleden werden wij en onze cases voor Ikea en machineproducent Wemo zelfs met naam genoemd door professor Michael Porter in de Harvard Business Review. Dat toont aan dat we baanbrekend bezig zijn.

Met AR kunnen mensen taken makkelijker en efficiënter uitvoeren. De software en applicaties die wij maken en leveren, stellen hen daartoe in staat. We hebben een aantal knappe koppen in dienst op R&D die dat ontwikkelen. Een van de grootste uitdagingen van ons werk is dat mensen wel ongeveer weten wat AR is, maar het vaak lastig vinden om de toegevoegde waarde voor hun eigen business te zien.

Maar AR, dat is toch vooral leuk voor games en als marketinggrap?

AR is juist geen gimmick, het is een technologie die strategisch kan worden ingezet. Natuurlijk ziet het er leuk uit en denken mensen vaak als eerste aan Pokemon Go, maar het kan veel diverser worden ingezet. Voor Ikea hebben we bijvoorbeeld Ikea Place ontwikkeld, een AR app waarmee je meubels kunt selecteren en virtueel kunt bekijken in je huis. Je ziet ze in ware grootte voor je en kunt zo bepalen of het past en of de kleur bijvoorbeeld overeen komt met je interieur. Zo kunnen klanten een weloverwogen keuze maken. We hebben ook een app gemaakt waarmee je zonnepanelen op een dak kunt plaatsen en die automatisch op basis van de hoek en locatie berekent hoeveel zonne-uren ze hebben en wat de terugverdientijd zou zijn. Dit zijn voorbeelden van toepassingen met grote toegevoegde waarde voor bedrijven omdat ze het verkoopproces verkorten en helpen sneller omzet te genereren. Voor consumenten zijn ze handig omdat ze voorkomen dat je een miskoop doet.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook heel praktische toepassingen zoals de app voor Lamborghini waarmee monteurs ‘in de auto’ kunnen kijken en al weten hoe het onderstel of de motor van een nieuw model in elkaar steekt voordat ze eraan beginnen te sleutelen. Voor de zorgsector draaien we een pilot met smart glasses en remote collaboration. Via de AR-bril kan 1 expert op afstand meekijken met meerdere juniors en hen ondersteunen als ze een patiënt aan het helpen zijn. In de toekomst zullen mensen steeds minder uit boeken leren maar sneller visueel en praktijkgericht gaan leren.

Wat ga je tijdens Digital Wednesday vertellen?

Er is nog weinig bekend over de mogelijkheden van AR. Het is een serieuze business. Ik wil dus een aantal cases toelichten en hoop zo mensen te inspireren de vertaalslag naar hun eigen bedrijfsvoering te maken.

Wat vind jij persoonlijk het meest inspirerende voorbeeld van een AR toepassing?

Dat is de AR Kit Portal waarmee je door een ‘poort’ loopt en direct virtueel in een 360 graden compleet andere omgeving terecht komt. Op die manier kun je bijvoorbeeld live een voetbalwedstrijd of modeshow bijwonen. Je moet het zien om te geloven hoe baanbrekend het is.

Het mooie van deze toepassing van AR is dat het ook de mogelijkheid biedt om weer schaarste te creëren. Internet heeft alles openbaar beschikbaar gemaakt. Maar net zoals met Pokemon Go kun je mensen weer echt naar een fysieke locatie trekken, of hen alleen door middel van het verdienen van punten toegang geven tot bepaalde zaken. Dat maakt het extra bijzonder.

 

Benieuwd naar het verhaal van Jos? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Marieke Oosterom van Lubbers De Jong.

Jos Westerkamp

Jos Westerkamp

Marketing Manager bij twnkls

View profile

Internet of Things: veel meer dan alleen die intelligente koelkast

aug 24, 2017

Bas Boorsma (47) is bij Cisco verantwoordelijk voor digitalisering en smart cities in Noord-Europa. Bij Digital Wednesday en in zijn boek ‘A New Digital Deal’ deelt Bas zijn visie op de toekomst en ‘the Internet of Things’. Want nu technologiereuzen steeds meer data tot hun beschikking krijgen gaan ontwikkelingen sneller dan we denken. Daarom moeten we nadenken over nieuwe ecosystemen en de rol van overheid en bedrijfsleven. De digitale wereld vergt niet alleen een drastische aanpassing van onze infrastructuur, maar ook een nieuwe kijk op ethiek. In dit interview met Bas krijg je alvast een voorproefje van wat komen gaat. 

Wat is het Internet of Things?
‘Dat is de intelligente verbinding van mensen, processen, data en dingen. En denk dan vooral niet aan een intelligente koelkast of iets in die trant. Daar wordt al heel lang over gepraat en gefantaseerd, maar als je het internet van dingen wil duiden is dat eigenlijk geen goed voorbeeld. We hebben nu ongeveer een kwart eeuw internet. Dat draait allemaal om mensen die online berichten plaatsen, spullen kunnen kopen en informatie uitwisselen. Het internet van dingen is daar de afgelopen tien jaar overheen gekomen. Denk aan de onderdelen van de motor van een vliegtuig, die allemaal een eigen IP-adres hebben en verbonden zijn. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s, die in verbinding staan met verkeersborden en andere verkeersdeelnemers. Een ziekenhuis waar alles goed verbonden en gestructureerd is, zodat patiënten beter geholpen kunnen worden. Allemaal relevanter dan zo’n koelkast die weet dat de melk bijna op is.’

Wat is de huidige stand van zaken?
‘We zitten midden in een verandering van paradigma, digitalisering is het volgende hoofdstuk van onze maatschappij. Het internet van dingen gaan samen met kunstmatige intelligentie en data analytics een enorme impact hebben. Er worden momenteel tussen de 100.000 en 1.000.000 nieuwe objecten per uur aangesloten op het internet. En dat gaat steeds sneller, er is echt sprake van exponentiële groei. Dat brengt interessante mogelijkheden met zich mee. Hoe meer er is aangesloten qua nodes, hoe meer je er mee kan. Denk aan Facebook, dat werd pas een relevant platform toen al je vrienden erop zaten. Zo is het ook met het internet der dingen. Het enige probleem is dat er nu nog een gebrek aan standaardisatie is, omdat iedereen andere protocollen gebruikt. Zulke details breken de volwassenwording van het internet van dingen op. In de belangrijkste markten zie je dat die standaarden er nu beginnen te komen.’

Zijn we als maatschappij klaar voor de mogelijkheden?
‘Op het gebied van infrastructuur nog niet. Als de digitalisering zich verder ontwikkelt dan volstaat onze huidige infrastructuur straks niet meer. We maken nu voor ons internet gebruik van kabel- of glasvezelverbindingen, die zijn op zichzelf niet ‘smart’. Stel je voor dat de rembeweging van een zelfrijdende auto moet worden gesynchroniseerd met die van een andere auto en stoplichten. Het signaal moet dan niet via een datacenter lopen, dat gaat veel te langzaam. Je moet die intelligentie in kastjes op de hoek van de straat gaan plaatsen. En dan nog blijft het een hele uitdaging. Auto’s kunnen met sensoren niet door een drukke straat vol fietsers manoeuvreren. Neem Amsterdam, iedereen rijdt daar voortdurend door rood licht. Je moet een beetje een schoft zijn om daar te kunnen rijden. Een auto met sensoren moet zich aan de regels houden en weet dus niet wat de juiste keuze is als hij zulke dingen ziet gebeuren. Welke software stop je er dan in om die afweging te maken? Daar liggen niet alleen praktische overwegingen aan ten grondslag, maar ook ethische.’

Welke ethische problemen kunnen er gaan spelen?
‘We moeten bewuster omgaan met informatie. We hebben ons op het internet als een kind in een speeltuin gedragen. Maar misschien moeten we er opnieuw wat kritischer naar kijken. Daar schrijf ik ook over in mijn boek: als we niet komen tot een betere morele omkadering, dan kan de digitalisering straks in ons gezicht klappen. Dat willen we niet, want er is veel te veel moois te halen. Maar om dat te bewerkstelligen moet je ook de negatieve kanten van digitalisering ondervangen. Nu is dat nog te weinig onderdeel van de maatschappelijke discussie. We moeten volgende generaties daar veel beter in begeleiden. Er lijkt nu een naïef mantra te gelden om zoveel mogelijk data open te stellen. We stellen het allemaal vrij beschikbaar zodat andere mensen of bedrijven er iets mee kunnen. Maar willen we al die data wel behouden? Daar moeten we goed over nadenken. We zetten al onze informatie online, van persoonlijke details tot vakantiefoto’s. Maar wat als verzekeraars die gegevens gebruiken om je huidige en toekomstige gezondheid in kaart te brengen? Want dat kan straks op basis van die foto’s. Wil je dat wel?’

Naast Bas Boorsma spreken ook Hellen van der Plas (Philips) en Jody van den Tillaart (Husky) op 30 augustus op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door: Olivier Wortel van Lubbers De Jong.

Bas Boorsma 
Director Internet of Everything & City Digitization, North Europe bij Cisco
Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein

Cabaretier Marlon Kicken treedt op bij nieuwjaarsborrel Digital Wednesday

jan 16, 2018

De nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday wordt dit jaar opgevrolijkt door cabaretier Marlon Kicken. De Brabander reist momenteel met zijn tweede show ‘BaKo’ door heel Nederland. Hij biedt met zijn typische humor een frisse kijk op techniek. Zo vraagt Marlon zich af wat zijn huisdieren (mini- varkens en kippen) van een slimme voederbak zouden vinden: ‘Het is de kunst om mensen op een leuke manier aan het denken zetten…’

Je begon laat als cabaretier…

Dat klopt, tot mijn 36e werkte ik als ontwerper in de automotive. Daar ben ik terecht gekomen vanuit mijn studie Werktuigbouwkunde. Ik ontwierp met veel plezier zonnedaken voor auto’s, het was een mooie tijd. Maar toen kwam op een gegeven moment de crisis en hadden mensen veel minder behoefte aan auto’s. Laat staan met zonnedaken. Daar hield het voor mij op, er was geen werk meer. In plaats van bij de pakken neer te zitten besloot ik toen mijn hart te volgen. Ik had ooit al eens opgetreden, en dat smaakte naar meer. Dit was voor mij de kans om te ontdekken of ik er mijn geld mee zou kunnen verdienen. En nu ben ik al jaren fulltime comedian.

Wat was je doorbraak?

Mijn eerste optreden was bij de wereldomroep. Jürgen Raymann was te duur voor ze en toen kwamen ze op de een of andere manier bij mij uit. Heel leuk om te doen! Maar de echte doorbraak kwam toen ik in 2009 zowel de juryprijs als de publieksprijs won bij de Culture Comedy Award. Dat is de belangrijkste stand-up prijs van de Benelux, al moet ik toegeven dat er toen geen mensen uit Luxemburg meededen (lacht). Daarna werd ik steeds meer gevraagd, van voetbalkantines tot aan bedrijfsevents. En ik kreeg de kans om mijn eigen show op de planken te brengen. Ondertussen ga ik met mijn tweede show ‘BaKo’ het hele land door.

Waarom Digital Wednesday?

Zoals gezegd, ik heb best een technische achtergrond. Ik volg de ontwikkelingen nog steeds met veel plezier, er gebeurt zo veel op dat gebied. Daar zitten onderwerpen bij die ik goed kan gebruiken. Bij Digital Wednesday ga ik techniek en innovatie een beetje op de hak nemen, zo zet je mensen op een leuke manier aan het denken. Zelf ben ik bijvoorbeeld heel nieuwsgierig naar de mogelijkheden van augmented reality, hoe ver zijn we daar over een paar jaar mee? En het is natuurlijk interessant om te zien hoe social media zich door zal ontwikkelen. Nu wordt er nog veel gebruik gemaakt van tekst, maar dat gaat vast veel meer video worden.

Wat mogen we verwachten?

Het wordt een stand-up van twintig minuten, waarin ik opzoek ga naar leuke voorbeelden van technologische vooruitgang. Ik maak me daar geen zorgen over, maar je merkt wel dat alles anders is dan vroeger. Mijn dochters zitten nu al de hele dag op Instagram en ze krijgen steeds van die personalized marketing op zich af. Het is goed dat er bepaalde regelgeving is op dat gebied, dat houdt het binnen de perken. Zulke dingen zijn ook leuk voor in een optreden. Je moet het soms allemaal net even op een andere manier naar kijken. Je kent die slimme assistent toch wel, Siri. Dan denk ik, wat zouden mijn huisdieren daar nou van vinden? Ik houd bijvoorbeeld mini-varkens, intelligente dieren. Misschien hebben die wel baat bij een slimme voederbak. Je weet het niet…

Marlon Kicken treedt woensdag 31 januari op bij de nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday in Igluu Eindhoven.
Aanmelden doe je hier!

Marlon Kicken
Marlon Kicken
Een unieke verschijning