B2B contentmarketing: de insights van Doug Kessler

jan 22, 2019 by Digital Wednesday in  Interview
Doug Kessler

Eindhoven is een grote bron van innovatie en digital business is de toekomst. Deze twee dingen komen samen in Digital Wednesday, een initiatief dat digital (marketing) professionals bij elkaar brengt. Het maandelijkse event wil inspireren en informeren met kennisupdates over onderwerpen die zich in hoog tempo ontwikkelen.

Deze maand – op 30 januari – is het thema B2B Contentmarketing. Samen met Tech to Market werd Doug Kessler (medeoprichter en creative director van Velocity Partners) uitgenodigd om te spreken en het jaar een kickstart te geven. Kessler staat bekend om zijn B2B-marketingexpertise, maar zijn visie op contentmarketing is interessant voor iedere marketeer. Samen met zijn collega Rutger interviewden we hem voorafgaand aan de Digital Wednesday van volgende week.

> Lees het hele artikel op Marketingfacts.nl

“Alle geweldige marketing begint met empathie voor de doelgroep”


Geschreven door Jorg Basten (Tech to Market) en Ewout Wolff (Onedaycompany)

doug kessler

Doug Kessler

creative director at Velocity Partners

View profile

Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein

Coderen is de toekomst van design

okt 18, 2017

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?

Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk

Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Zijn daar dan geen goede tools voor?

Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?

Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?

Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven
Designer, strategist, creative leader

Voetbalplaatjes sparen gaat met zijn tijd mee: een kijkje in de keuken bij Jumbo

mei 28, 2018

Sparen voor een gratis boodschappenpakket, zegels plakken voor servies of een dagje uit: loyaliteitscampagnes zijn een beproefd concept in het supermarktwezen. Bij Jumbo gaan ze een stapje verder, door programmatic marketing los te laten op een recentelijk voltooide verzamelcampagne. Tijdens de aanstaande Digital Wednesday presenteert Cees Hannema, Marketing Manager bij Jumbo, alle ins en outs van deze, voor een DIA-award genomineerde casus. Wij konden echter niet wachten, en vroegen hem alvast een tipje van de sluier te lichten…

Leuk je te spreken Cees! Voetbalplaatjes sparen doet het altijd goed he?

Klopt, maar we hebben het iets groter willen maken. Want laten we eerlijk zijn: de droom van heel veel kinderen is een carrière als profvoetballer. Die droom hebben we willen laten uitkomen, gekoppeld aan een actie waarbij kinderen Panini-voetbalplaatjes van PSV konden sparen en een Droomdag bij PSV konden winnen. Zo maken we bij Jumbo dromen bereikbaar voor onze klanten. De opzet is op het eerste oog redelijk klassiek: bij je boodschappen ontving je een setje stickers. Maar hier hebben we een flinke dosis 21e eeuw toegevoegd. Met een applicatie kon je namelijk een aantal van de voetbalplaatjes scannen. En deze gaven toegang tot geheime filmpjes van PSV voetballers die een truc uitlegden. Daarnaast maakte je dus kans om mee te doen aan de Droomdag bij PSV.

Klinkt als een campagne met veel verschillende onderdelen…

Klopt ja. Het was een campagne met verschillende fasen. De deelnemers moesten om te beginnen op de hoogte zijn van het feit dat ze bij ons plaatjes kunnen sparen en het album kopen, vervolgens wil je dat ze de app downloaden, daarmee plaatjes laten scannen, en laten weten dat er trucvideo’s verstopt zitten. Ten slotte wilde we duidelijk maken dat onze klanten ook een Droomdag als profvoetballer konden winnen…  Door de campagne in een journey opeenvolgend uit te leggen, werd dat wel heel duidelijk voor ze, gezien de resultaten.

En hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?

Samen met reclamebureau Mediamonks en Vogon, een targetingproduct van Google. We hebben voor iedere fase in de campagne aparte (advertentie)video’s ontwikkeld. Maar het allermooiste is dat we ervoor hebben gezorgd dat de deelnemers alleen content te zien kregen die paste bij de fase van de campagne waar ze in vielen: iemand die de app had gedownload kreeg bijvoorbeeld geen awareness-content meer te zien, maar alleen video-advertenties die te maken had met scannen van de plaatjes. En iemand die niet in de buurt van de 61 participerende Jumbofilialen in de regio Eindhoven was kreeg trouwens überhaupt geen advertenties: dankzij cookies, geo-targeting, en het gebruik van de app wisten we namelijk precies in welke fase van de campagne mensen zich bevonden! Maar uiteraard vertel ik daar woensdag nog veel meer over…

In ieder geval was het een fraai staaltje digitaal maatwerk dus! En wat heb je uit dit succes geleerd?

Nou, het mooie van digital advertising is dat de mogelijkheden bijna eindeloos zijn. Dat zorgt ervoor dat je heel anders, veel vrijer over campagnes kan nadenken. En ik hoop dat de mensen dat ook meenemen uit mijn presentatie aanstaande woensdag: wanneer je als marketeers een campagne bedenkt, zou je niet moeten beginnen met de techniek. Begin met de vraag: ‘wat zou het beste zijn voor mijn doelgroep’. De technische mogelijkheden rek je daarna wel passend.

Meer weten over deze casus? Aanstaande woensdag vertelt Cees er alles over tijdens Digital Wednesday! Aanmelden kan via deze link.

Cees Hannema Jumbo
Cees Hannema
Marketing Manager New Formats en Senior Thema Manager bij Jumbo

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Comment *