De designer van de toekomst kan ook programmeren

okt 16, 2018 by Digital Wednesday in  Interview

Op woensdag 24 oktober komen tech en design bij elkaar tijdens een speciale editie van Digital Wednesday midden in de Dutch Design Week in Eindhoven. Vier sprekers, allen actief op het snijvlak van ontwerp en technologie, nemen je mee in de wondere wereld van generatief design. Met een van hen, de 25-jarige designer en creative coder Vera van de Seyp, blikken we in dit interview alvast vooruit.

 

Wat is generatief design precies?

‘In generatief design komen ontwerpen en programmeren samen. Het betekent dat je iets ontwerpt aan de hand van een aantal vaste parameters of regels, die je vastlegt in een algoritme. In plaats van dat je direct aan het eindresultaat werkt, bedenk je een set van regels die vervolgens zelf voor het ontwerp zorgen. Het voordeel is dat je heel snel ontwerpschetsen kan maken en iets kan creëren wat met de hand eigenlijk niet kan. Het interessante is dat zo’n ontwerp continu kan veranderen, het is enorm dynamisch.’

Hoe ben jij met generatief design in aanraking gekomen?

‘Dat gebeurde tijdens mijn tijd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten (KABK), waar ik een opleiding tot grafisch ontwerper volgde. Ik ontdekte, onder meer door mijn docent Just van Rossum, die ook op Digital Wednesday spreekt, dat programmeren een geweldige tool is voor een ontwerper. Voor mij was die ontdekking echt een eureka-moment.

Ik ontwierp tot dan toe eigenlijk al vrij generatieve beelden, maar kwam er nu achter dat het door te programmeren uitdagender werd én ook nog eens veel minder tijd kostte.

Sindsdien ben ik er volledig ingedoken en nu doe ik een master Media Technology aan de Universiteit Leiden om me verder te verdiepen in onder meer kunstmatige intelligentie. Daarnaast doe ik projecten als freelancer.’

Kun je een paar voorbeelden geven van je eigen projecten?

‘Een opdrachtgever vroeg me om beeld te ontwerpen voor een terugkerend evenement, en gaf me als input een aantal teksten van deelnemers. Ik heb een script geschreven dat keywords uit die teksten filterde en op basis van die keywords afbeeldingen van het net scrapete, en vervolgens in een volgorde zette en op elkaar spiegelde. Zo kon ik met een relatief simpele code heel veel visuals in korte tijd maken. Zonder programmeerskills was dit onmogelijk geweest. Ook heb ik een VJ tool gemaakt, met visuals die live reageren en meebewegen met geluid.’

Waar staat generatief design op dit moment?

‘Generatief design bestaat inmiddels al langer dan ik, meer dan vijfentwintig jaar dus. Er is in die tijd natuurlijk veel veranderd, door alle nieuwe technische mogelijkheden. Ik denk dat het vakgebied inmiddels de hype-fase wel voorbij is. Er is een actieve community en er zijn steeds meer ontwerpers die ook programmeren. Bedrijven ontdekken dat deze hybride ontwerpers heel geschikt zijn voor bijvoorbeeld het bouwen van websites en apps. Normaal werken een designer en een programmeur bij dit soort projecten samen, ieder op hun eigen gebied. Maar het is natuurlijk mooi als iemand die skills kan combineren.

Ik merk overigens dat nog niet alle designers ook programmeren. Ik moet regelmatig ‘nee’ zeggen tegen potentiële opdrachtgevers, omdat ik naast de master die ik fulltime volg niet alle klussen kan aannemen.

Een luxepositie natuurlijk, en ik denk dat het belangrijk is dat het aantal programmerende designers gaat groeien. Er liggen zo veel kansen!’

 

Wees er snel bij!
Er zijn nog enkele tickets beschikbaar voor wo 24 oktober!

Vera van de Seyp - Designer & creative coder

Vera van de Seyp

Designer & creative coder

View profile

SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou
Sabi Tolou
CCO SendCloud

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

nov 13, 2017

Ruben van Vreeland leerde zichzelf op negenjarige leeftijd programmeren en was vanaf zijn veertiende ethisch hacker. In de loop der jaren kraakte hij de beveiligingssystemen van grote bedrijven als eBay en LinkedIn. Die ervaring komt goed van pas bij BitSensor, de startup die hij samen met compagnon Alex Dings begon. Niet voor niets werd BitSensor uitgeroepen tot beste startup van Nederland. Op 29 november deelt Ruben bij Digital Wednesday zijn verhaal.

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

Toen ik begon stonden hackers over het algemeen slecht bekend bij bedrijven. Dat er ook jongens waren zoals ik, die het met goede bedoelingen deden, dat was echt iets nieuws. Bedrijven hebben er aan moeten wennen dat ze kwetsbaar zijn. De laatste jaren vindt er een omslag plaats op dat gebied, bedrijven zien in dat ze echt wel een probleem hebben op het gebied van cybersecurity. Het duurde soms na negen maanden tot ze ontdekten dat ze gehackt waren. Daar kwamen ze een tijd mee weg, maar nu consumenten steeds meer belang aan privacy hechten merk je dat bedrijven ook scherper zijn geworden. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een oplossing als BitSensor. 

Waarom krijgen grote bedrijven dit zelf niet voor elkaar?

Dat ligt samen met het hoge ontwikkeltempo. Met DevOps gaat het allemaal zo verschrikkelijk snel dat je er haast niet tegen op kan testen. Bij grote bedrijven worden er bij wijze van spreken dagelijks nieuwe updates online gezet. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van security. Wat wij met BitSensor hebben ontwikkeld is eigenlijk een soort radarsysteem: we maken inzichtelijk hoe en waar een hacker probeert binnen te dringen, en stoppen vervolgens zijn poging. We volgen hackers daarbij vanaf het eerste moment, zowel bij simpele als bij gecompliceerde hacks. De input die we daar uit halen gebruiken we ook weer om onze tactieken te verbeteren.

Heb je moeten wennen aan het ondernemerschap?

Nou, eigenlijk focus ik me nog steeds vooral op de ontwikkeling van het product. Voor de verkoop van BitSensor werken we samen met partners, dat scheelt een hoop werk. Zij bieden het aan bij klanten en helpen daar vervolgens met de implementatie. Dat geeft ons de ruimte om volledig te foccusen op de ontwikkeling en optimalisering van BitSensor. De kwaliteit die we bieden is de kracht van het bedrijf. Het zou zonde zijn als die afneemt omdat Alex en ik te druk zijn met andere zaken.

Hoe doen jullie dat dan met nieuw personeel?

De zoektocht naar talent is voor veel IT-bedrijven een enorme uitdaging, je ziet dat daar echt een strijd om plaatsvindt. Natuurlijk bieden wij onze mensen ook zo veel mogelijk, je wil niet onderdoen voor de rest van de markt. Maar wat we doen is ook echt wel een voordeel, we merken dat we echt tot de verbeelding spreken. En dat betekent ook dat wij vaak gevonden worden door internationaal talent: zo verkeren we in de luxe positie dat we niet steeds op zoek hoeven naar nieuwe mensen.

Benieuwd naar het verhaal van Ruben? Meld je dan hier aan voor Digital Wednesday.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Ruben van Vreeland
Ruben van Vreeland
CEO BitSensor

Manus VR heeft jouw toekomst in handen

feb 23, 2018

Stel je een wereld voor waar alles kan. Je springt tijdens autoraces over honderden meters rivier. Rijdt al schietend over een slachtveld op de rug van een gigantische schorpioen. Klinkt als sciencefiction… En dat is het ook! Dit is het verhaal van Ready Player One, de nieuwe blockbuster van Spielberg waarin een VR-wereld centraal staat. In het dagelijkse leven zijn de mogelijkheden van VR wat beperkter, maar daarom niet minder interessant. Zo ontwikkelde Manus VR uit Eindhoven een handschoen die bewegingen van gebruikers rechtstreeks naar een virtuele omgeving omzet – NASA zet de technologie al in om trainingen te geven. Komende woensdag vertelt Stephan van den Brink bij Digital Wednesday waarom!

Hoe kwamen jullie bij de handschoen?

In 2014 hoorde je veel over Oculus Rift, het bedrijf daarachter was toen net voor twee miljard door Facebook overgenomen. Er was in de media veel aandacht voor, de verwachtingen waren hooggespannen. Maar je kon met zo’n bril eigenlijk alleen om je heen kijken in een virtuele omgeving. Het leek ons interessant om te kijken of we via VR ook de interactie met de omgeving aan konden gaan, zoals in games. Je handen zijn dan de eerste stap, daarmee ga je de interactie aan met de virtuele omgeving. We zijn onderzoek gaan doen en ontdekten dat er al in de jaren 1990 toepassingen waren ontwikkeld voor de medische wereld – een ruwe versie van onze handschoen, maar dan voor 10.000 euro en nauwelijks doorontwikkeld. Dat kon dus beter.

En ondertussen werk je samen met NASA…

Dat hebben we destijds niet zo bedacht (lacht). Het idee voor onze handschoenen hebben we eerst gepitcht bij Startupbootcamp en daar kwamen we als winnaar uit de bus. Daar zijn we in contact gekomen met hele fijne investeerders, die zowel kennis als financiële hulp inbrachten. Dat gaf ons de kans om een vliegende start te maken. We wilden ons echt op consumenten richten, daar zit de massa. Het probleem was alleen dat er nog maar weinig content bestond die zich goed leende voor gebruik met de handschoenen. Op een gamebeurs kwamen we in contact met NASA en zij zagen gelijk praktische toepassingen voor onze techniek – toen hebben we als bedrijf besloten om een pivot in de richting van B2B te maken.

Waar liggen de mogelijkheden in B2B?

De techniek is vrij breed inzetbaar. Niet alleen voor NASA, maar ook voor andere innovatieve bedrijven – zelfs uit het MKB. Je kan dan bijvoorbeeld aan trainingen denken, die op deze wijze goedkoper gefaciliteerd kunnen worden. Mensen hoeven niet af te reizen naar speciale locaties en je kan onder veilige omstandigheden een gevaarlijke situatie simuleren. Voor de brandweer is het bijvoorbeeld heel geschikt. Met onze handschoen kan je de handbewegingen tracken en die worden dan in beeld omgezet naar bewegingen van een avatar. Nu gaat handtracking vaak nog met hulp van controllers, maar dat leent zich nog niet goed voor intuïtieve handelingen – in de praktijk sta je natuurlijk ook niet met een controller in je hand.  Bij ons kan je precies bewegen zoals in het echt en met hulp van rekwisieten kan je zelfs objecten voelen.

Met andere woorden, the sky is the limit?

Dat zou je bijna denken, maar we staan echt nog aan het begin van alle ontwikkelingen. Door alle enthousiaste marketeers worden de mogelijkheden van VR vaak veel te groot gemaakt, je ziet in filmpjes dingen die echt nog lang niet haalbaar zijn. Zo worden verwachtingen geschapen die we voorlopig niet waar kunnen maken. Vooral op entertainmentvlak zijn de mogelijkheden nog beperkt. Het is alsof je van een telefooncel doorschakelt naar mobiele telefonie. Binnen een jaar of wat zien we het allemaal als de vanzelfsprekendste zaak van de wereld. Op korte termijn valt veel techniek tegen, maar op lange termijn is er meer mogelijk dan we denken. Tot het zover is ontwikkelen wij vooral door binnen de B2B-sector. Je krijgt immers niet altijd de kans om met NASA samen te werken…

 

Benieuwd naar het verhaal van Stephan? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.