De blockchain als catalysator voor een decentrale samenleving

aug 21, 2018 by Digital Wednesday in  Interview
blockchain digital wednesday

Terwijl de grote hype rondom de handel in Bitcoin weer wat is ingedamd, lijkt de innovatietrein rondom blockchain-technologie onverstoord door te denderen. Enthousiastelingen zijn het erover eens: in de nabije toekomst heeft blockchain een grote impact op de manier waarop we vertrouwen waarborgen en daarmee ook op de economie. Zaak dus om als professional en organisatie te investeren in kennis rondom de mogelijkheden, om zo de concurrentie voor te blijven. Wij spraken met Paul Bessems, CEO van Weconet Blockchain Technologies, en een van de sprekers op de blockchain-editie van Digital Wednesday, die plaats zal vinden op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven.

Gaat blockchain de wereld veranderen?

‘Ik ben zeker overtuigd van het paradigma dat Blockchain voorstaat! De wereld ontwikkelt zich namelijk richting decentralisatie. Een voorbeeld daarvan is de manier waarop we werken. Waarom is dat vaak nog vanuit één locatie? Dat was vroeger logisch: daar stond het kapitaal, de apparatuur die nodig was om te kunnen werken. Maar nu hebben we tools gecreëerd waarmee we overal kunnen werken. We hebben zelfs kunstmatige intelligentie die werk voor ons kan doen.

Ondertussen zijn de producten en diensten die we creëren überhaupt steeds vaker digitaal of komen er op zijn minst mee in aanraking. Kijk naar de platform-revoluties die zich aan het voltrekken zijn, die op een decentrale plek vraag en aanbod bij elkaar brengen. Er zijn steeds minder zaken aan een fysieke locatie of een gecentraliseerde instantie gebonden. Een van de gevolgen van deze verschuiving, is dat de macht ook verschuift, van de gecentraliseerde instellingen naar de gebruiker. Dat zie je bijvoorbeeld aan de aanzwellende kritiek op het feit dat instellingen altijd kunnen beschikken over gegevens die eigenlijk niet van hun zijn. Waarom mag Google zomaar bijhouden waar ik naartoe surf zonder daar expliciet om te vragen? Waarom denk je dat mensen zo boos waren over wat er gebeurde bij Facebook? Je ziet in Europa wetten ontstaan zoals de GDPR: er is steeds meer drang naar digitale soevereiniteit. Je gezondheidsgegevens, locatiegegevens, data over je gedrag online: die zijn van de persoon die ze creëert, en alleen als die er toestemming voor geeft mogen anderen daar gebruik van maken. Maar hoe ga je zo’n systeem inrichten? Hoe ga je vraag en aanbod van data organiseren zodanig dat partijen alleen de data kunnen opvragen die ze nodig hebben, waarvan de ontvanger zeker weet dat ze de gedeelde werkelijkheid zijn. Zulke vraagstukken kan de Blockchain-technologie oplossen. Ik zie het als een onderdeel dat een enorme bijdrage kan bieden aan waar onze samenleving naartoe ontwikkelt.’

En zijn we een beetje goed op weg?

‘We zitten echt in het begin nu, zeg maar ‘het 1973 van Internet’, in de fase dat de wereld nadenkt over toepassingen en er behoefte is om te leren over de technologie en zijn mogelijkheden. Daar hoort bij dat er wordt geëxperimenteerd met de technologie. Dat is natuurlijk niet altijd een succes, maar het is wel een voorwaarde voor optimalisatie en uiteindelijke toepassingen. Bitcoin draait bijvoorbeeld al 10 jaar zonder dat er ooit een dubbele transactie heeft plaatsgevonden. En dat zonder dat er mensen waren dit hier checks op deden. Ok, het doen van een Bitcoin-transactie kost zoveel tijd dat het niet in alle situaties praktisch is om het als betaalmiddel te gebruiken, en de aanverwante exchanges hebben niet de beste reputatie, maar de onderliggende technologie werkt en draait.’

Wat is de eerst te nemen horde voor de doorbraak van blockchain?

‘We zien veel lokale initiatieven, waarin een bedrijf zelfstandig experimenteert. Dat past bij de fase van de technologie. Maar een blockchain toepassing wordt pas interessant wanneer ze universeel, of in ieder geval op grotere schaal te gebruiken is. Een van de belangrijkste tips die ik wil geven, is om het om te draaien. Als één partij in de keten ineens wil dat iedereen zijn blockchain-oplossing wil gaan gebruiken, is er al sprake van wantrouwen. Creëer eerst een gelijkwaardig ecosysteem van partijen die bereid zijn een blockchain te gebruiken, en introduceer daarna de technologie.’

Meldt je nu aan voor de volgende editie van Digital Wednesday over blockchain op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven:

>>> MELD JE NU GRATIS AAN VOOR DIGITAL & BLOCKCHAIN <<<

 

paul bessems

Paul Bessems

CEO Weconet Blockchain Technologies

View profile

Manus VR heeft jouw toekomst in handen

feb 23, 2018

Stel je een wereld voor waar alles kan. Je springt tijdens autoraces over honderden meters rivier. Rijdt al schietend over een slachtveld op de rug van een gigantische schorpioen. Klinkt als sciencefiction… En dat is het ook! Dit is het verhaal van Ready Player One, de nieuwe blockbuster van Spielberg waarin een VR-wereld centraal staat. In het dagelijkse leven zijn de mogelijkheden van VR wat beperkter, maar daarom niet minder interessant. Zo ontwikkelde Manus VR uit Eindhoven een handschoen die bewegingen van gebruikers rechtstreeks naar een virtuele omgeving omzet – NASA zet de technologie al in om trainingen te geven. Komende woensdag vertelt Stephan van den Brink bij Digital Wednesday waarom!

Hoe kwamen jullie bij de handschoen?

In 2014 hoorde je veel over Oculus Rift, het bedrijf daarachter was toen net voor twee miljard door Facebook overgenomen. Er was in de media veel aandacht voor, de verwachtingen waren hooggespannen. Maar je kon met zo’n bril eigenlijk alleen om je heen kijken in een virtuele omgeving. Het leek ons interessant om te kijken of we via VR ook de interactie met de omgeving aan konden gaan, zoals in games. Je handen zijn dan de eerste stap, daarmee ga je de interactie aan met de virtuele omgeving. We zijn onderzoek gaan doen en ontdekten dat er al in de jaren 1990 toepassingen waren ontwikkeld voor de medische wereld – een ruwe versie van onze handschoen, maar dan voor 10.000 euro en nauwelijks doorontwikkeld. Dat kon dus beter.

En ondertussen werk je samen met NASA…

Dat hebben we destijds niet zo bedacht (lacht). Het idee voor onze handschoenen hebben we eerst gepitcht bij Startupbootcamp en daar kwamen we als winnaar uit de bus. Daar zijn we in contact gekomen met hele fijne investeerders, die zowel kennis als financiële hulp inbrachten. Dat gaf ons de kans om een vliegende start te maken. We wilden ons echt op consumenten richten, daar zit de massa. Het probleem was alleen dat er nog maar weinig content bestond die zich goed leende voor gebruik met de handschoenen. Op een gamebeurs kwamen we in contact met NASA en zij zagen gelijk praktische toepassingen voor onze techniek – toen hebben we als bedrijf besloten om een pivot in de richting van B2B te maken.

Waar liggen de mogelijkheden in B2B?

De techniek is vrij breed inzetbaar. Niet alleen voor NASA, maar ook voor andere innovatieve bedrijven – zelfs uit het MKB. Je kan dan bijvoorbeeld aan trainingen denken, die op deze wijze goedkoper gefaciliteerd kunnen worden. Mensen hoeven niet af te reizen naar speciale locaties en je kan onder veilige omstandigheden een gevaarlijke situatie simuleren. Voor de brandweer is het bijvoorbeeld heel geschikt. Met onze handschoen kan je de handbewegingen tracken en die worden dan in beeld omgezet naar bewegingen van een avatar. Nu gaat handtracking vaak nog met hulp van controllers, maar dat leent zich nog niet goed voor intuïtieve handelingen – in de praktijk sta je natuurlijk ook niet met een controller in je hand.  Bij ons kan je precies bewegen zoals in het echt en met hulp van rekwisieten kan je zelfs objecten voelen.

Met andere woorden, the sky is the limit?

Dat zou je bijna denken, maar we staan echt nog aan het begin van alle ontwikkelingen. Door alle enthousiaste marketeers worden de mogelijkheden van VR vaak veel te groot gemaakt, je ziet in filmpjes dingen die echt nog lang niet haalbaar zijn. Zo worden verwachtingen geschapen die we voorlopig niet waar kunnen maken. Vooral op entertainmentvlak zijn de mogelijkheden nog beperkt. Het is alsof je van een telefooncel doorschakelt naar mobiele telefonie. Binnen een jaar of wat zien we het allemaal als de vanzelfsprekendste zaak van de wereld. Op korte termijn valt veel techniek tegen, maar op lange termijn is er meer mogelijk dan we denken. Tot het zover is ontwikkelen wij vooral door binnen de B2B-sector. Je krijgt immers niet altijd de kans om met NASA samen te werken…

 

Benieuwd naar het verhaal van Stephan? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein

Nederlandse startups in de VS: droom of nachtmerrie?

nov 13, 2017

Voor veel Nederlandse startups is het een droom: na een succesvolle start in de Benelux de sprong wagen naar het buitenland. En dan het liefste naar de Verenigde Staten, want daar is de ‘sky the limit’ en zijn de wegen met goud geplaveid. Peter Laanen hielp Nederlandse ondernemers bijna 18 jaar lang met de overstap naar de Verenigde Staten. Op woensdag 29 november deelt hij bij Digital Wednesday de do’s en don’ts voor Nederlandse ondernemers in de VS. Om je vast een idee te geven, legden we hem drie stellingen voor.

  1. Met een goed product kan je de VS veroveren

Natuurlijk kan dat. Maar je moet niet denken dat zodra je uit het vliegtuig stapt er allerlei deuren voor je opengaan. Veel belangrijke investeerders zitten op Sand Hill Road. Sommige ondernemers denken dat je daar gewoon kan aankloppen en dat ze dan wel naar je luisteren. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet je echt de juiste mensen kennen. En dan ben je er nog niet hoor. Als je wordt uitgenodigd moet je in staat zijn om een inhoudelijke en overtuigende elevator pitch te houden. Zo’n moment kan je maken of breken. Want al is je product nog zo goed, als je het niet goed kan uitleggen ben je nergens.

  1. Nederlands beheersen de Engelse taal uitstekend

Als je hier echt wil slagen moeten alle details kloppen. Een goede beheersing van de taal blijkt vaak toch een grotere uitdaging. Dat zit hem in kleine dingen: een Amerikaan zegt vrij snel ‘awesome’, maar dat betekent niet dat hij je verhaal echt geweldig vindt. En vertel je in een verhaal over liters, kilogrammen of graden Celsius, dan ben je de Amerikanen al kwijt. Neem nou die elevator pitch, daarbij moet je echt in staat zijn om je verhaal snel en helder te presenteren. Op zo’n moment wil je niet struikelen over een ingewikkeld woord, dan is je momentum weg. Daarnaast bewijs je jezelf natuurlijk ook geen dienst als je iets heel anders zegt dan je bedoelt. En dat zit hem soms al in hele kleine nuances.

  1. We kunnen iets leren van Amerikaanse bedrijven

In Nederland zijn we gewend om met een vangnet te werken. Op het gebied van uitkeringen en zorg is alles hier enorm goed geregeld, als je het vergelijkt met de VS. Maar dat maakt wel dat ze daar veel efficiënter omspringen met hun middelen. Startups die een miljoeneninvestering krijgen blijven in de VS gewoon lean & mean opereren, ieder dubbeltje wordt daar omgekeerd. Met dat geld moet je het immers doen, daarmee kan je de sprong maken naar de echte top. In Nederland zie je vaak dat zo’n investering al bijna als einddoel wordt beschouwd. Dan rijdt de CEO plotseling in een mooie wagen en neemt het heilige vuur toch wat af.

 

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Peter Laanen
Peter Laanen
International Trade Director in San Francisco