Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018 by Digital Wednesday in  Interview
Gamification

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn

Evert Hoogendoorn

Strategist / Gamedesigner at IJsfontein

View profile

Internet of Things: veel meer dan alleen die intelligente koelkast

aug 24, 2017

Bas Boorsma (47) is bij Cisco verantwoordelijk voor digitalisering en smart cities in Noord-Europa. Bij Digital Wednesday en in zijn boek ‘A New Digital Deal’ deelt Bas zijn visie op de toekomst en ‘the Internet of Things’. Want nu technologiereuzen steeds meer data tot hun beschikking krijgen gaan ontwikkelingen sneller dan we denken. Daarom moeten we nadenken over nieuwe ecosystemen en de rol van overheid en bedrijfsleven. De digitale wereld vergt niet alleen een drastische aanpassing van onze infrastructuur, maar ook een nieuwe kijk op ethiek. In dit interview met Bas krijg je alvast een voorproefje van wat komen gaat. 

Wat is het Internet of Things?
‘Dat is de intelligente verbinding van mensen, processen, data en dingen. En denk dan vooral niet aan een intelligente koelkast of iets in die trant. Daar wordt al heel lang over gepraat en gefantaseerd, maar als je het internet van dingen wil duiden is dat eigenlijk geen goed voorbeeld. We hebben nu ongeveer een kwart eeuw internet. Dat draait allemaal om mensen die online berichten plaatsen, spullen kunnen kopen en informatie uitwisselen. Het internet van dingen is daar de afgelopen tien jaar overheen gekomen. Denk aan de onderdelen van de motor van een vliegtuig, die allemaal een eigen IP-adres hebben en verbonden zijn. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s, die in verbinding staan met verkeersborden en andere verkeersdeelnemers. Een ziekenhuis waar alles goed verbonden en gestructureerd is, zodat patiënten beter geholpen kunnen worden. Allemaal relevanter dan zo’n koelkast die weet dat de melk bijna op is.’

Wat is de huidige stand van zaken?
‘We zitten midden in een verandering van paradigma, digitalisering is het volgende hoofdstuk van onze maatschappij. Het internet van dingen gaan samen met kunstmatige intelligentie en data analytics een enorme impact hebben. Er worden momenteel tussen de 100.000 en 1.000.000 nieuwe objecten per uur aangesloten op het internet. En dat gaat steeds sneller, er is echt sprake van exponentiële groei. Dat brengt interessante mogelijkheden met zich mee. Hoe meer er is aangesloten qua nodes, hoe meer je er mee kan. Denk aan Facebook, dat werd pas een relevant platform toen al je vrienden erop zaten. Zo is het ook met het internet der dingen. Het enige probleem is dat er nu nog een gebrek aan standaardisatie is, omdat iedereen andere protocollen gebruikt. Zulke details breken de volwassenwording van het internet van dingen op. In de belangrijkste markten zie je dat die standaarden er nu beginnen te komen.’

Zijn we als maatschappij klaar voor de mogelijkheden?
‘Op het gebied van infrastructuur nog niet. Als de digitalisering zich verder ontwikkelt dan volstaat onze huidige infrastructuur straks niet meer. We maken nu voor ons internet gebruik van kabel- of glasvezelverbindingen, die zijn op zichzelf niet ‘smart’. Stel je voor dat de rembeweging van een zelfrijdende auto moet worden gesynchroniseerd met die van een andere auto en stoplichten. Het signaal moet dan niet via een datacenter lopen, dat gaat veel te langzaam. Je moet die intelligentie in kastjes op de hoek van de straat gaan plaatsen. En dan nog blijft het een hele uitdaging. Auto’s kunnen met sensoren niet door een drukke straat vol fietsers manoeuvreren. Neem Amsterdam, iedereen rijdt daar voortdurend door rood licht. Je moet een beetje een schoft zijn om daar te kunnen rijden. Een auto met sensoren moet zich aan de regels houden en weet dus niet wat de juiste keuze is als hij zulke dingen ziet gebeuren. Welke software stop je er dan in om die afweging te maken? Daar liggen niet alleen praktische overwegingen aan ten grondslag, maar ook ethische.’

Welke ethische problemen kunnen er gaan spelen?
‘We moeten bewuster omgaan met informatie. We hebben ons op het internet als een kind in een speeltuin gedragen. Maar misschien moeten we er opnieuw wat kritischer naar kijken. Daar schrijf ik ook over in mijn boek: als we niet komen tot een betere morele omkadering, dan kan de digitalisering straks in ons gezicht klappen. Dat willen we niet, want er is veel te veel moois te halen. Maar om dat te bewerkstelligen moet je ook de negatieve kanten van digitalisering ondervangen. Nu is dat nog te weinig onderdeel van de maatschappelijke discussie. We moeten volgende generaties daar veel beter in begeleiden. Er lijkt nu een naïef mantra te gelden om zoveel mogelijk data open te stellen. We stellen het allemaal vrij beschikbaar zodat andere mensen of bedrijven er iets mee kunnen. Maar willen we al die data wel behouden? Daar moeten we goed over nadenken. We zetten al onze informatie online, van persoonlijke details tot vakantiefoto’s. Maar wat als verzekeraars die gegevens gebruiken om je huidige en toekomstige gezondheid in kaart te brengen? Want dat kan straks op basis van die foto’s. Wil je dat wel?’

Naast Bas Boorsma spreken ook Hellen van der Plas (Philips) en Jody van den Tillaart (Husky) op 30 augustus op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door: Olivier Wortel van Lubbers De Jong.

Bas Boorsma 
Director Internet of Everything & City Digitization, North Europe bij Cisco

Voetbalplaatjes sparen gaat met zijn tijd mee: een kijkje in de keuken bij Jumbo

mei 28, 2018

Sparen voor een gratis boodschappenpakket, zegels plakken voor servies of een dagje uit: loyaliteitscampagnes zijn een beproefd concept in het supermarktwezen. Bij Jumbo gaan ze een stapje verder, door programmatic marketing los te laten op een recentelijk voltooide verzamelcampagne. Tijdens de aanstaande Digital Wednesday presenteert Cees Hannema, Marketing Manager bij Jumbo, alle ins en outs van deze, voor een DIA-award genomineerde casus. Wij konden echter niet wachten, en vroegen hem alvast een tipje van de sluier te lichten…

Leuk je te spreken Cees! Voetbalplaatjes sparen doet het altijd goed he?

Klopt, maar we hebben het iets groter willen maken. Want laten we eerlijk zijn: de droom van heel veel kinderen is een carrière als profvoetballer. Die droom hebben we willen laten uitkomen, gekoppeld aan een actie waarbij kinderen Panini-voetbalplaatjes van PSV konden sparen en een Droomdag bij PSV konden winnen. Zo maken we bij Jumbo dromen bereikbaar voor onze klanten. De opzet is op het eerste oog redelijk klassiek: bij je boodschappen ontving je een setje stickers. Maar hier hebben we een flinke dosis 21e eeuw toegevoegd. Met een applicatie kon je namelijk een aantal van de voetbalplaatjes scannen. En deze gaven toegang tot geheime filmpjes van PSV voetballers die een truc uitlegden. Daarnaast maakte je dus kans om mee te doen aan de Droomdag bij PSV.

Klinkt als een campagne met veel verschillende onderdelen…

Klopt ja. Het was een campagne met verschillende fasen. De deelnemers moesten om te beginnen op de hoogte zijn van het feit dat ze bij ons plaatjes kunnen sparen en het album kopen, vervolgens wil je dat ze de app downloaden, daarmee plaatjes laten scannen, en laten weten dat er trucvideo’s verstopt zitten. Ten slotte wilde we duidelijk maken dat onze klanten ook een Droomdag als profvoetballer konden winnen…  Door de campagne in een journey opeenvolgend uit te leggen, werd dat wel heel duidelijk voor ze, gezien de resultaten.

En hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?

Samen met reclamebureau Mediamonks en Vogon, een targetingproduct van Google. We hebben voor iedere fase in de campagne aparte (advertentie)video’s ontwikkeld. Maar het allermooiste is dat we ervoor hebben gezorgd dat de deelnemers alleen content te zien kregen die paste bij de fase van de campagne waar ze in vielen: iemand die de app had gedownload kreeg bijvoorbeeld geen awareness-content meer te zien, maar alleen video-advertenties die te maken had met scannen van de plaatjes. En iemand die niet in de buurt van de 61 participerende Jumbofilialen in de regio Eindhoven was kreeg trouwens überhaupt geen advertenties: dankzij cookies, geo-targeting, en het gebruik van de app wisten we namelijk precies in welke fase van de campagne mensen zich bevonden! Maar uiteraard vertel ik daar woensdag nog veel meer over…

In ieder geval was het een fraai staaltje digitaal maatwerk dus! En wat heb je uit dit succes geleerd?

Nou, het mooie van digital advertising is dat de mogelijkheden bijna eindeloos zijn. Dat zorgt ervoor dat je heel anders, veel vrijer over campagnes kan nadenken. En ik hoop dat de mensen dat ook meenemen uit mijn presentatie aanstaande woensdag: wanneer je als marketeers een campagne bedenkt, zou je niet moeten beginnen met de techniek. Begin met de vraag: ‘wat zou het beste zijn voor mijn doelgroep’. De technische mogelijkheden rek je daarna wel passend.

Meer weten over deze casus? Aanstaande woensdag vertelt Cees er alles over tijdens Digital Wednesday! Aanmelden kan via deze link.

Cees Hannema Jumbo
Cees Hannema
Marketing Manager New Formats en Senior Thema Manager bij Jumbo

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

nov 13, 2017

Ruben van Vreeland leerde zichzelf op negenjarige leeftijd programmeren en was vanaf zijn veertiende ethisch hacker. In de loop der jaren kraakte hij de beveiligingssystemen van grote bedrijven als eBay en LinkedIn. Die ervaring komt goed van pas bij BitSensor, de startup die hij samen met compagnon Alex Dings begon. Niet voor niets werd BitSensor uitgeroepen tot beste startup van Nederland. Op 29 november deelt Ruben bij Digital Wednesday zijn verhaal.

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

Toen ik begon stonden hackers over het algemeen slecht bekend bij bedrijven. Dat er ook jongens waren zoals ik, die het met goede bedoelingen deden, dat was echt iets nieuws. Bedrijven hebben er aan moeten wennen dat ze kwetsbaar zijn. De laatste jaren vindt er een omslag plaats op dat gebied, bedrijven zien in dat ze echt wel een probleem hebben op het gebied van cybersecurity. Het duurde soms na negen maanden tot ze ontdekten dat ze gehackt waren. Daar kwamen ze een tijd mee weg, maar nu consumenten steeds meer belang aan privacy hechten merk je dat bedrijven ook scherper zijn geworden. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een oplossing als BitSensor. 

Waarom krijgen grote bedrijven dit zelf niet voor elkaar?

Dat ligt samen met het hoge ontwikkeltempo. Met DevOps gaat het allemaal zo verschrikkelijk snel dat je er haast niet tegen op kan testen. Bij grote bedrijven worden er bij wijze van spreken dagelijks nieuwe updates online gezet. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van security. Wat wij met BitSensor hebben ontwikkeld is eigenlijk een soort radarsysteem: we maken inzichtelijk hoe en waar een hacker probeert binnen te dringen, en stoppen vervolgens zijn poging. We volgen hackers daarbij vanaf het eerste moment, zowel bij simpele als bij gecompliceerde hacks. De input die we daar uit halen gebruiken we ook weer om onze tactieken te verbeteren.

Heb je moeten wennen aan het ondernemerschap?

Nou, eigenlijk focus ik me nog steeds vooral op de ontwikkeling van het product. Voor de verkoop van BitSensor werken we samen met partners, dat scheelt een hoop werk. Zij bieden het aan bij klanten en helpen daar vervolgens met de implementatie. Dat geeft ons de ruimte om volledig te foccusen op de ontwikkeling en optimalisering van BitSensor. De kwaliteit die we bieden is de kracht van het bedrijf. Het zou zonde zijn als die afneemt omdat Alex en ik te druk zijn met andere zaken.

Hoe doen jullie dat dan met nieuw personeel?

De zoektocht naar talent is voor veel IT-bedrijven een enorme uitdaging, je ziet dat daar echt een strijd om plaatsvindt. Natuurlijk bieden wij onze mensen ook zo veel mogelijk, je wil niet onderdoen voor de rest van de markt. Maar wat we doen is ook echt wel een voordeel, we merken dat we echt tot de verbeelding spreken. En dat betekent ook dat wij vaak gevonden worden door internationaal talent: zo verkeren we in de luxe positie dat we niet steeds op zoek hoeven naar nieuwe mensen.

Benieuwd naar het verhaal van Ruben? Meld je dan hier aan voor Digital Wednesday.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Ruben van Vreeland
Ruben van Vreeland
CEO BitSensor