Tim van de Wiel GoSpooky

Tim van der Wiel (19), creative director & medeoprichter GoSpooky: “Niemand is geïnteresseerd in jouw 3-plus-2-gratis actie”

GoSpooky heeft de afgelopen jaren een indrukwekkende rise to fame doorgemaakt, met een klantenbestand om je vingers bij af te likken. Als je de verhalen hoort van de 19-jarige oprichter Tim van der Wiel is dat niet verwonderlijk: er is een enorme generatiekloof in marketingland. Op 28 maart zal hij zijn visie op influencer marketing delen op Digital Wednesday. Wij spraken hem alvast:

Leuk je te spreken Tim! Jij bent zelf eigenlijk een influencer avant la lettre hè?

‘Eigenlijk wel. Toen ik nog op school zat beheerde ik een aantal twitteraccounts met miljoenen volgers. Het woord influencer marketing bestond toen nog maar net, maar merken als McDonalds en RedBull kochten wel advertentieruimte bij me in. Vanuit daar ben ik bij Spinnin Records terecht gekomen, waar ik heb meegeholpen aan de positionering en het merk en DJ’s. Daar kwam ik Liam Tjoa tegen, met wie ik later GoSpooky ben begonnen. Het idee is en was dat ieder platform zijn eigen benadering vraagt.’

En nu help je bedrijven hun doelgroepen te bereiken via alle mobile-platformen?

‘Yes! We zijn begonnen met Snapchat, maar ondertussen draaien we de meeste campagnes op Instagram. Dat zijn de platformen waar de aandacht ligt van een jongere doelgroep, en wij bereiken die doelgroep met content die geschikt is voor die specifieke platformen. Daarnaast ontwikkelen we software: we zijn bijvoorbeeld nu al vrij ver met toepassingen voor de naderende voice-assistenten.’

Jongeren staan erom bekend dat ze lastig te bereiken zijn…

‘Het ligt meer aan een verkeerde benadering volgens mij. Oude marketeers geven liever geld uit aan wat ze gewend zijn, dan dat ze nieuwe dingen proberen. Wat we daarnaast zien is dat de meeste marketeers nog steeds denken in een door tv-gedomineerde wereld. Social is voor hen gewoon nog een extra distributiekanaal. Ze maken één stuk content en copy-pasten het overal maar…

Wat wij ze graag bij willen brengen is dat het niet zo werkt. Je moet voor elk platform maatwerk leveren. Snapchat is bijvoorbeeld iets totaal anders dan Instagram, zelfs al denken veel marketeers dat ze hier vergelijkbare content kunnen gebruiken. Snapchat is bedoeld voor één op één communicatie. Dat vraag om hele andere uitingen dan wanneer je content maakt die bedoeld is om openbaar te delen, zoals op Instagram.

Daarnaast zijn er veel te veel merken actief die alleen vanuit zichzelf denken. Die vergeten dat ze als commerciële speler binnendringen in een systeem van interactie tussen mensen! Niemand zit op een sociaal medium voor jouw merk. Dus niemand is echt geïnteresseerd in een drie plus twee gratis actie van jou. Wil je iets toevoegen? Dan moet je een verhaal vertellen, dat inspeelt op de kenmerken van een specifiek platform.’

En influencers hebben dat wel begrepen?

‘Precies, het verklaart hun succes. Zij zijn gestart op een kanaal. Zij weten vanuit dat kanaal – dus niet vanuit een merk – hoe ze content moeten maken die resoneert. Hoe die mensen content maken, daar kunnen merken nog heel veel van leren.’

En hoe moet je als moderne marketeer omgaan met influencers?

‘Ik denk dat het niet heel veel anders is dan wanneer je een paar jaar geleden een voetballer of een popster inhuurde. Er wordt alleen wel heel plat tegen influencer marketing aan gekeken. We zien regelmatig dat bedrijven twee weken voor een event nog even een paar influencers optrommelen. Terwijl je een verhaal moet vertellen – één post met een nieuw product werkt niet meer, want de aandacht op social is bijzonder vluchtig. Wat merken zich af moeten vragen is: aan wie ga jij je de komende drie jaar binden. Alleen zo kan je waarde halen bij een doelgroep.’

Maar hoe houdbaar is het verdienmodel van de huidige generatie influencers dan?

‘Het gaat om het verschil tussen bereik en impact. Het verschil tussen volgers en fans. Er gaat ook zeker een shift komen tussen de influencers die echt een personal brand aan het bouwen zijn, en de mensen die veel bereik hebben en daar op kapitaliseren met af en toe een leuke branddeal. Van die eerste categorie zijn er in Nederland overigens bizar weinig. Vandaag hebben ze een branddeal met merk A, volgende week zitten ze met de concurrent. En dat is een natuurlijke reactie, want zonder die branddeals verdienen ze niks. Het gevaar voor die influencers is wel dat ze na verloop van tijd hun authenticiteit verliezen.’

Benieuwd naar het verhaal van Tim? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 Maart in Igluu te Eindhoven.

Artikel is geschreven door Lubbers De Jong.

Tim van de Wiel GoSpooky

Tim van der Wiel

Co-founder and Creative Director at GoSpooky

View profile

SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou
Sabi Tolou
CCO SendCloud

Cabaretier Marlon Kicken treedt op bij nieuwjaarsborrel Digital Wednesday

jan 16, 2018

De nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday wordt dit jaar opgevrolijkt door cabaretier Marlon Kicken. De Brabander reist momenteel met zijn tweede show ‘BaKo’ door heel Nederland. Hij biedt met zijn typische humor een frisse kijk op techniek. Zo vraagt Marlon zich af wat zijn huisdieren (mini- varkens en kippen) van een slimme voederbak zouden vinden: ‘Het is de kunst om mensen op een leuke manier aan het denken zetten…’

Je begon laat als cabaretier…

Dat klopt, tot mijn 36e werkte ik als ontwerper in de automotive. Daar ben ik terecht gekomen vanuit mijn studie Werktuigbouwkunde. Ik ontwierp met veel plezier zonnedaken voor auto’s, het was een mooie tijd. Maar toen kwam op een gegeven moment de crisis en hadden mensen veel minder behoefte aan auto’s. Laat staan met zonnedaken. Daar hield het voor mij op, er was geen werk meer. In plaats van bij de pakken neer te zitten besloot ik toen mijn hart te volgen. Ik had ooit al eens opgetreden, en dat smaakte naar meer. Dit was voor mij de kans om te ontdekken of ik er mijn geld mee zou kunnen verdienen. En nu ben ik al jaren fulltime comedian.

Wat was je doorbraak?

Mijn eerste optreden was bij de wereldomroep. Jürgen Raymann was te duur voor ze en toen kwamen ze op de een of andere manier bij mij uit. Heel leuk om te doen! Maar de echte doorbraak kwam toen ik in 2009 zowel de juryprijs als de publieksprijs won bij de Culture Comedy Award. Dat is de belangrijkste stand-up prijs van de Benelux, al moet ik toegeven dat er toen geen mensen uit Luxemburg meededen (lacht). Daarna werd ik steeds meer gevraagd, van voetbalkantines tot aan bedrijfsevents. En ik kreeg de kans om mijn eigen show op de planken te brengen. Ondertussen ga ik met mijn tweede show ‘BaKo’ het hele land door.

Waarom Digital Wednesday?

Zoals gezegd, ik heb best een technische achtergrond. Ik volg de ontwikkelingen nog steeds met veel plezier, er gebeurt zo veel op dat gebied. Daar zitten onderwerpen bij die ik goed kan gebruiken. Bij Digital Wednesday ga ik techniek en innovatie een beetje op de hak nemen, zo zet je mensen op een leuke manier aan het denken. Zelf ben ik bijvoorbeeld heel nieuwsgierig naar de mogelijkheden van augmented reality, hoe ver zijn we daar over een paar jaar mee? En het is natuurlijk interessant om te zien hoe social media zich door zal ontwikkelen. Nu wordt er nog veel gebruik gemaakt van tekst, maar dat gaat vast veel meer video worden.

Wat mogen we verwachten?

Het wordt een stand-up van twintig minuten, waarin ik opzoek ga naar leuke voorbeelden van technologische vooruitgang. Ik maak me daar geen zorgen over, maar je merkt wel dat alles anders is dan vroeger. Mijn dochters zitten nu al de hele dag op Instagram en ze krijgen steeds van die personalized marketing op zich af. Het is goed dat er bepaalde regelgeving is op dat gebied, dat houdt het binnen de perken. Zulke dingen zijn ook leuk voor in een optreden. Je moet het soms allemaal net even op een andere manier naar kijken. Je kent die slimme assistent toch wel, Siri. Dan denk ik, wat zouden mijn huisdieren daar nou van vinden? Ik houd bijvoorbeeld mini-varkens, intelligente dieren. Misschien hebben die wel baat bij een slimme voederbak. Je weet het niet…

Marlon Kicken treedt woensdag 31 januari op bij de nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday in Igluu Eindhoven.
Aanmelden doe je hier!

Marlon Kicken
Marlon Kicken
Een unieke verschijning
Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein