Cabaretier Marlon Kicken treedt op bij nieuwjaarsborrel Digital Wednesday

jan 16, 2018 by Digital Wednesday in  Interview

De nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday wordt dit jaar opgevrolijkt door cabaretier Marlon Kicken. De Brabander reist momenteel met zijn tweede show ‘BaKo’ door heel Nederland. Hij biedt met zijn typische humor een frisse kijk op techniek. Zo vraagt Marlon zich af wat zijn huisdieren (mini- varkens en kippen) van een slimme voederbak zouden vinden: ‘Het is de kunst om mensen op een leuke manier aan het denken zetten…’

Je begon laat als cabaretier…

Dat klopt, tot mijn 36e werkte ik als ontwerper in de automotive. Daar ben ik terecht gekomen vanuit mijn studie Werktuigbouwkunde. Ik ontwierp met veel plezier zonnedaken voor auto’s, het was een mooie tijd. Maar toen kwam op een gegeven moment de crisis en hadden mensen veel minder behoefte aan auto’s. Laat staan met zonnedaken. Daar hield het voor mij op, er was geen werk meer. In plaats van bij de pakken neer te zitten besloot ik toen mijn hart te volgen. Ik had ooit al eens opgetreden, en dat smaakte naar meer. Dit was voor mij de kans om te ontdekken of ik er mijn geld mee zou kunnen verdienen. En nu ben ik al jaren fulltime comedian.

Wat was je doorbraak?

Mijn eerste optreden was bij de wereldomroep. Jürgen Raymann was te duur voor ze en toen kwamen ze op de een of andere manier bij mij uit. Heel leuk om te doen! Maar de echte doorbraak kwam toen ik in 2009 zowel de juryprijs als de publieksprijs won bij de Culture Comedy Award. Dat is de belangrijkste stand-up prijs van de Benelux, al moet ik toegeven dat er toen geen mensen uit Luxemburg meededen (lacht). Daarna werd ik steeds meer gevraagd, van voetbalkantines tot aan bedrijfsevents. En ik kreeg de kans om mijn eigen show op de planken te brengen. Ondertussen ga ik met mijn tweede show ‘BaKo’ het hele land door.

Waarom Digital Wednesday?

Zoals gezegd, ik heb best een technische achtergrond. Ik volg de ontwikkelingen nog steeds met veel plezier, er gebeurt zo veel op dat gebied. Daar zitten onderwerpen bij die ik goed kan gebruiken. Bij Digital Wednesday ga ik techniek en innovatie een beetje op de hak nemen, zo zet je mensen op een leuke manier aan het denken. Zelf ben ik bijvoorbeeld heel nieuwsgierig naar de mogelijkheden van augmented reality, hoe ver zijn we daar over een paar jaar mee? En het is natuurlijk interessant om te zien hoe social media zich door zal ontwikkelen. Nu wordt er nog veel gebruik gemaakt van tekst, maar dat gaat vast veel meer video worden.

Wat mogen we verwachten?

Het wordt een stand-up van twintig minuten, waarin ik opzoek ga naar leuke voorbeelden van technologische vooruitgang. Ik maak me daar geen zorgen over, maar je merkt wel dat alles anders is dan vroeger. Mijn dochters zitten nu al de hele dag op Instagram en ze krijgen steeds van die personalized marketing op zich af. Het is goed dat er bepaalde regelgeving is op dat gebied, dat houdt het binnen de perken. Zulke dingen zijn ook leuk voor in een optreden. Je moet het soms allemaal net even op een andere manier naar kijken. Je kent die slimme assistent toch wel, Siri. Dan denk ik, wat zouden mijn huisdieren daar nou van vinden? Ik houd bijvoorbeeld mini-varkens, intelligente dieren. Misschien hebben die wel baat bij een slimme voederbak. Je weet het niet…

Marlon Kicken treedt woensdag 31 januari op bij de nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday in Igluu Eindhoven.
Aanmelden doe je hier!

Marlon Kicken

Marlon Kicken

Een unieke verschijning

View profile

Internet of Things: veel meer dan alleen die intelligente koelkast

aug 24, 2017

Bas Boorsma (47) is bij Cisco verantwoordelijk voor digitalisering en smart cities in Noord-Europa. Bij Digital Wednesday en in zijn boek ‘A New Digital Deal’ deelt Bas zijn visie op de toekomst en ‘the Internet of Things’. Want nu technologiereuzen steeds meer data tot hun beschikking krijgen gaan ontwikkelingen sneller dan we denken. Daarom moeten we nadenken over nieuwe ecosystemen en de rol van overheid en bedrijfsleven. De digitale wereld vergt niet alleen een drastische aanpassing van onze infrastructuur, maar ook een nieuwe kijk op ethiek. In dit interview met Bas krijg je alvast een voorproefje van wat komen gaat. 

Wat is het Internet of Things?
‘Dat is de intelligente verbinding van mensen, processen, data en dingen. En denk dan vooral niet aan een intelligente koelkast of iets in die trant. Daar wordt al heel lang over gepraat en gefantaseerd, maar als je het internet van dingen wil duiden is dat eigenlijk geen goed voorbeeld. We hebben nu ongeveer een kwart eeuw internet. Dat draait allemaal om mensen die online berichten plaatsen, spullen kunnen kopen en informatie uitwisselen. Het internet van dingen is daar de afgelopen tien jaar overheen gekomen. Denk aan de onderdelen van de motor van een vliegtuig, die allemaal een eigen IP-adres hebben en verbonden zijn. De ontwikkeling van zelfrijdende auto’s, die in verbinding staan met verkeersborden en andere verkeersdeelnemers. Een ziekenhuis waar alles goed verbonden en gestructureerd is, zodat patiënten beter geholpen kunnen worden. Allemaal relevanter dan zo’n koelkast die weet dat de melk bijna op is.’

Wat is de huidige stand van zaken?
‘We zitten midden in een verandering van paradigma, digitalisering is het volgende hoofdstuk van onze maatschappij. Het internet van dingen gaan samen met kunstmatige intelligentie en data analytics een enorme impact hebben. Er worden momenteel tussen de 100.000 en 1.000.000 nieuwe objecten per uur aangesloten op het internet. En dat gaat steeds sneller, er is echt sprake van exponentiële groei. Dat brengt interessante mogelijkheden met zich mee. Hoe meer er is aangesloten qua nodes, hoe meer je er mee kan. Denk aan Facebook, dat werd pas een relevant platform toen al je vrienden erop zaten. Zo is het ook met het internet der dingen. Het enige probleem is dat er nu nog een gebrek aan standaardisatie is, omdat iedereen andere protocollen gebruikt. Zulke details breken de volwassenwording van het internet van dingen op. In de belangrijkste markten zie je dat die standaarden er nu beginnen te komen.’

Zijn we als maatschappij klaar voor de mogelijkheden?
‘Op het gebied van infrastructuur nog niet. Als de digitalisering zich verder ontwikkelt dan volstaat onze huidige infrastructuur straks niet meer. We maken nu voor ons internet gebruik van kabel- of glasvezelverbindingen, die zijn op zichzelf niet ‘smart’. Stel je voor dat de rembeweging van een zelfrijdende auto moet worden gesynchroniseerd met die van een andere auto en stoplichten. Het signaal moet dan niet via een datacenter lopen, dat gaat veel te langzaam. Je moet die intelligentie in kastjes op de hoek van de straat gaan plaatsen. En dan nog blijft het een hele uitdaging. Auto’s kunnen met sensoren niet door een drukke straat vol fietsers manoeuvreren. Neem Amsterdam, iedereen rijdt daar voortdurend door rood licht. Je moet een beetje een schoft zijn om daar te kunnen rijden. Een auto met sensoren moet zich aan de regels houden en weet dus niet wat de juiste keuze is als hij zulke dingen ziet gebeuren. Welke software stop je er dan in om die afweging te maken? Daar liggen niet alleen praktische overwegingen aan ten grondslag, maar ook ethische.’

Welke ethische problemen kunnen er gaan spelen?
‘We moeten bewuster omgaan met informatie. We hebben ons op het internet als een kind in een speeltuin gedragen. Maar misschien moeten we er opnieuw wat kritischer naar kijken. Daar schrijf ik ook over in mijn boek: als we niet komen tot een betere morele omkadering, dan kan de digitalisering straks in ons gezicht klappen. Dat willen we niet, want er is veel te veel moois te halen. Maar om dat te bewerkstelligen moet je ook de negatieve kanten van digitalisering ondervangen. Nu is dat nog te weinig onderdeel van de maatschappelijke discussie. We moeten volgende generaties daar veel beter in begeleiden. Er lijkt nu een naïef mantra te gelden om zoveel mogelijk data open te stellen. We stellen het allemaal vrij beschikbaar zodat andere mensen of bedrijven er iets mee kunnen. Maar willen we al die data wel behouden? Daar moeten we goed over nadenken. We zetten al onze informatie online, van persoonlijke details tot vakantiefoto’s. Maar wat als verzekeraars die gegevens gebruiken om je huidige en toekomstige gezondheid in kaart te brengen? Want dat kan straks op basis van die foto’s. Wil je dat wel?’

Naast Bas Boorsma spreken ook Hellen van der Plas (Philips) en Jody van den Tillaart (Husky) op 30 augustus op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door: Olivier Wortel van Lubbers De Jong.

Bas Boorsma 
Director Internet of Everything & City Digitization, North Europe bij Cisco

SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou
Sabi Tolou
CCO SendCloud

Coderen is de toekomst van design

okt 18, 2017

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?

Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk

Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Zijn daar dan geen goede tools voor?

Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?

Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?

Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven
Designer, strategist, creative leader