SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017 by Digital Wednesday in  Interview

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou

Sabi Tolou

CCO SendCloud

View profile

Coderen is de toekomst van design

okt 18, 2017

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?

Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk

Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Zijn daar dan geen goede tools voor?

Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?

Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?

Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven
Designer, strategist, creative leader
blockchain digital wednesday

De blockchain als catalysator voor een decentrale samenleving

aug 21, 2018

Terwijl de grote hype rondom de handel in Bitcoin weer wat is ingedamd, lijkt de innovatietrein rondom blockchain-technologie onverstoord door te denderen. Enthousiastelingen zijn het erover eens: in de nabije toekomst heeft blockchain een grote impact op de manier waarop we vertrouwen waarborgen en daarmee ook op de economie. Zaak dus om als professional en organisatie te investeren in kennis rondom de mogelijkheden, om zo de concurrentie voor te blijven. Wij spraken met Paul Bessems, CEO van Weconet Blockchain Technologies, en een van de sprekers op de blockchain-editie van Digital Wednesday, die plaats zal vinden op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven.

Gaat blockchain de wereld veranderen?

‘Ik ben zeker overtuigd van het paradigma dat Blockchain voorstaat! De wereld ontwikkelt zich namelijk richting decentralisatie. Een voorbeeld daarvan is de manier waarop we werken. Waarom is dat vaak nog vanuit één locatie? Dat was vroeger logisch: daar stond het kapitaal, de apparatuur die nodig was om te kunnen werken. Maar nu hebben we tools gecreëerd waarmee we overal kunnen werken. We hebben zelfs kunstmatige intelligentie die werk voor ons kan doen.

Ondertussen zijn de producten en diensten die we creëren überhaupt steeds vaker digitaal of komen er op zijn minst mee in aanraking. Kijk naar de platform-revoluties die zich aan het voltrekken zijn, die op een decentrale plek vraag en aanbod bij elkaar brengen. Er zijn steeds minder zaken aan een fysieke locatie of een gecentraliseerde instantie gebonden. Een van de gevolgen van deze verschuiving, is dat de macht ook verschuift, van de gecentraliseerde instellingen naar de gebruiker. Dat zie je bijvoorbeeld aan de aanzwellende kritiek op het feit dat instellingen altijd kunnen beschikken over gegevens die eigenlijk niet van hun zijn. Waarom mag Google zomaar bijhouden waar ik naartoe surf zonder daar expliciet om te vragen? Waarom denk je dat mensen zo boos waren over wat er gebeurde bij Facebook? Je ziet in Europa wetten ontstaan zoals de GDPR: er is steeds meer drang naar digitale soevereiniteit. Je gezondheidsgegevens, locatiegegevens, data over je gedrag online: die zijn van de persoon die ze creëert, en alleen als die er toestemming voor geeft mogen anderen daar gebruik van maken. Maar hoe ga je zo’n systeem inrichten? Hoe ga je vraag en aanbod van data organiseren zodanig dat partijen alleen de data kunnen opvragen die ze nodig hebben, waarvan de ontvanger zeker weet dat ze de gedeelde werkelijkheid zijn. Zulke vraagstukken kan de Blockchain-technologie oplossen. Ik zie het als een onderdeel dat een enorme bijdrage kan bieden aan waar onze samenleving naartoe ontwikkelt.’

En zijn we een beetje goed op weg?

‘We zitten echt in het begin nu, zeg maar ‘het 1973 van Internet’, in de fase dat de wereld nadenkt over toepassingen en er behoefte is om te leren over de technologie en zijn mogelijkheden. Daar hoort bij dat er wordt geëxperimenteerd met de technologie. Dat is natuurlijk niet altijd een succes, maar het is wel een voorwaarde voor optimalisatie en uiteindelijke toepassingen. Bitcoin draait bijvoorbeeld al 10 jaar zonder dat er ooit een dubbele transactie heeft plaatsgevonden. En dat zonder dat er mensen waren dit hier checks op deden. Ok, het doen van een Bitcoin-transactie kost zoveel tijd dat het niet in alle situaties praktisch is om het als betaalmiddel te gebruiken, en de aanverwante exchanges hebben niet de beste reputatie, maar de onderliggende technologie werkt en draait.’

Wat is de eerst te nemen horde voor de doorbraak van blockchain?

‘We zien veel lokale initiatieven, waarin een bedrijf zelfstandig experimenteert. Dat past bij de fase van de technologie. Maar een blockchain toepassing wordt pas interessant wanneer ze universeel, of in ieder geval op grotere schaal te gebruiken is. Een van de belangrijkste tips die ik wil geven, is om het om te draaien. Als één partij in de keten ineens wil dat iedereen zijn blockchain-oplossing wil gaan gebruiken, is er al sprake van wantrouwen. Creëer eerst een gelijkwaardig ecosysteem van partijen die bereid zijn een blockchain te gebruiken, en introduceer daarna de technologie.’

Meldt je nu aan voor de volgende editie van Digital Wednesday over blockchain op woensdag 29 augustus in Igluu Eindhoven:

>>> MELD JE NU GRATIS AAN VOOR DIGITAL & BLOCKCHAIN <<<

 

paul bessems
Paul Bessems
CEO Weconet Blockchain Technologies

Manus VR heeft jouw toekomst in handen

feb 23, 2018

Stel je een wereld voor waar alles kan. Je springt tijdens autoraces over honderden meters rivier. Rijdt al schietend over een slachtveld op de rug van een gigantische schorpioen. Klinkt als sciencefiction… En dat is het ook! Dit is het verhaal van Ready Player One, de nieuwe blockbuster van Spielberg waarin een VR-wereld centraal staat. In het dagelijkse leven zijn de mogelijkheden van VR wat beperkter, maar daarom niet minder interessant. Zo ontwikkelde Manus VR uit Eindhoven een handschoen die bewegingen van gebruikers rechtstreeks naar een virtuele omgeving omzet – NASA zet de technologie al in om trainingen te geven. Komende woensdag vertelt Stephan van den Brink bij Digital Wednesday waarom!

Hoe kwamen jullie bij de handschoen?

In 2014 hoorde je veel over Oculus Rift, het bedrijf daarachter was toen net voor twee miljard door Facebook overgenomen. Er was in de media veel aandacht voor, de verwachtingen waren hooggespannen. Maar je kon met zo’n bril eigenlijk alleen om je heen kijken in een virtuele omgeving. Het leek ons interessant om te kijken of we via VR ook de interactie met de omgeving aan konden gaan, zoals in games. Je handen zijn dan de eerste stap, daarmee ga je de interactie aan met de virtuele omgeving. We zijn onderzoek gaan doen en ontdekten dat er al in de jaren 1990 toepassingen waren ontwikkeld voor de medische wereld – een ruwe versie van onze handschoen, maar dan voor 10.000 euro en nauwelijks doorontwikkeld. Dat kon dus beter.

En ondertussen werk je samen met NASA…

Dat hebben we destijds niet zo bedacht (lacht). Het idee voor onze handschoenen hebben we eerst gepitcht bij Startupbootcamp en daar kwamen we als winnaar uit de bus. Daar zijn we in contact gekomen met hele fijne investeerders, die zowel kennis als financiële hulp inbrachten. Dat gaf ons de kans om een vliegende start te maken. We wilden ons echt op consumenten richten, daar zit de massa. Het probleem was alleen dat er nog maar weinig content bestond die zich goed leende voor gebruik met de handschoenen. Op een gamebeurs kwamen we in contact met NASA en zij zagen gelijk praktische toepassingen voor onze techniek – toen hebben we als bedrijf besloten om een pivot in de richting van B2B te maken.

Waar liggen de mogelijkheden in B2B?

De techniek is vrij breed inzetbaar. Niet alleen voor NASA, maar ook voor andere innovatieve bedrijven – zelfs uit het MKB. Je kan dan bijvoorbeeld aan trainingen denken, die op deze wijze goedkoper gefaciliteerd kunnen worden. Mensen hoeven niet af te reizen naar speciale locaties en je kan onder veilige omstandigheden een gevaarlijke situatie simuleren. Voor de brandweer is het bijvoorbeeld heel geschikt. Met onze handschoen kan je de handbewegingen tracken en die worden dan in beeld omgezet naar bewegingen van een avatar. Nu gaat handtracking vaak nog met hulp van controllers, maar dat leent zich nog niet goed voor intuïtieve handelingen – in de praktijk sta je natuurlijk ook niet met een controller in je hand.  Bij ons kan je precies bewegen zoals in het echt en met hulp van rekwisieten kan je zelfs objecten voelen.

Met andere woorden, the sky is the limit?

Dat zou je bijna denken, maar we staan echt nog aan het begin van alle ontwikkelingen. Door alle enthousiaste marketeers worden de mogelijkheden van VR vaak veel te groot gemaakt, je ziet in filmpjes dingen die echt nog lang niet haalbaar zijn. Zo worden verwachtingen geschapen die we voorlopig niet waar kunnen maken. Vooral op entertainmentvlak zijn de mogelijkheden nog beperkt. Het is alsof je van een telefooncel doorschakelt naar mobiele telefonie. Binnen een jaar of wat zien we het allemaal als de vanzelfsprekendste zaak van de wereld. Op korte termijn valt veel techniek tegen, maar op lange termijn is er meer mogelijk dan we denken. Tot het zover is ontwikkelen wij vooral door binnen de B2B-sector. Je krijgt immers niet altijd de kans om met NASA samen te werken…

 

Benieuwd naar het verhaal van Stephan? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.