Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

nov 13, 2017 by Digital Wednesday in  Interview

Ruben van Vreeland leerde zichzelf op negenjarige leeftijd programmeren en was vanaf zijn veertiende ethisch hacker. In de loop der jaren kraakte hij de beveiligingssystemen van grote bedrijven als eBay en LinkedIn. Die ervaring komt goed van pas bij BitSensor, de startup die hij samen met compagnon Alex Dings begon. Niet voor niets werd BitSensor uitgeroepen tot beste startup van Nederland. Op 29 november deelt Ruben bij Digital Wednesday zijn verhaal.

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

Toen ik begon stonden hackers over het algemeen slecht bekend bij bedrijven. Dat er ook jongens waren zoals ik, die het met goede bedoelingen deden, dat was echt iets nieuws. Bedrijven hebben er aan moeten wennen dat ze kwetsbaar zijn. De laatste jaren vindt er een omslag plaats op dat gebied, bedrijven zien in dat ze echt wel een probleem hebben op het gebied van cybersecurity. Het duurde soms na negen maanden tot ze ontdekten dat ze gehackt waren. Daar kwamen ze een tijd mee weg, maar nu consumenten steeds meer belang aan privacy hechten merk je dat bedrijven ook scherper zijn geworden. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een oplossing als BitSensor. 

Waarom krijgen grote bedrijven dit zelf niet voor elkaar?

Dat ligt samen met het hoge ontwikkeltempo. Met DevOps gaat het allemaal zo verschrikkelijk snel dat je er haast niet tegen op kan testen. Bij grote bedrijven worden er bij wijze van spreken dagelijks nieuwe updates online gezet. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van security. Wat wij met BitSensor hebben ontwikkeld is eigenlijk een soort radarsysteem: we maken inzichtelijk hoe en waar een hacker probeert binnen te dringen, en stoppen vervolgens zijn poging. We volgen hackers daarbij vanaf het eerste moment, zowel bij simpele als bij gecompliceerde hacks. De input die we daar uit halen gebruiken we ook weer om onze tactieken te verbeteren.

Heb je moeten wennen aan het ondernemerschap?

Nou, eigenlijk focus ik me nog steeds vooral op de ontwikkeling van het product. Voor de verkoop van BitSensor werken we samen met partners, dat scheelt een hoop werk. Zij bieden het aan bij klanten en helpen daar vervolgens met de implementatie. Dat geeft ons de ruimte om volledig te foccusen op de ontwikkeling en optimalisering van BitSensor. De kwaliteit die we bieden is de kracht van het bedrijf. Het zou zonde zijn als die afneemt omdat Alex en ik te druk zijn met andere zaken.

Hoe doen jullie dat dan met nieuw personeel?

De zoektocht naar talent is voor veel IT-bedrijven een enorme uitdaging, je ziet dat daar echt een strijd om plaatsvindt. Natuurlijk bieden wij onze mensen ook zo veel mogelijk, je wil niet onderdoen voor de rest van de markt. Maar wat we doen is ook echt wel een voordeel, we merken dat we echt tot de verbeelding spreken. En dat betekent ook dat wij vaak gevonden worden door internationaal talent: zo verkeren we in de luxe positie dat we niet steeds op zoek hoeven naar nieuwe mensen.

Benieuwd naar het verhaal van Ruben? Meld je dan hier aan voor Digital Wednesday.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Ruben van Vreeland

Ruben van Vreeland

CEO BitSensor

View profile

Marco Wallenburg

De wondere wereld van influencer marketing

mrt 27, 2018

Enzo Knol, Yara Michels en Anna Nooshin… Moet je bij het horen van die namen eerst even Googlen? Dan ben je waarschijnlijk niet thuis in de wondere wereld van influencer marketing. Terwijl deze hippe vogels met hun rijke achterban van grote waarde kunnen zijn als uithangbord voor allerlei merken. Aanstaande woensdag vertelt influencer-specialist Marco Wallenburg (27.000 volgers op Instagram) daar alles over bij Digital Wednesday. Wij bieden je hier alvast een voorproefje!

Wat doet een influencer-specialist eigenlijk?

‘Van alles eigenlijk! Het loopt uit een van matchmaking – het vinden van de juiste personen voor de juiste merken – tot campagne-management. Bij dat laatste kan je denken aan het briefen van de influencers, met name wat betreft de deadlines en de precieze boodschap die ze gaan delen. Ze maken zelf de content en zorgen ook zelf dat het online komt, maar met een strakke samenwerking zorg je dat alles ook echt loopt zoals het moet lopen. Soms is bepaalde informatie nog onvolledig of zie je dat ze qua timing niet goed aansluiten bij breder opgezette campagnes. Dan is die vinger aan de pols toch wel handig.’

Je had het net over matchmaking, hoe gaat dat?

‘De meeste influencers hebben een hele specifieke, trouwe achterban – als je het over mode hebt, kan een bepaalde influencer bijvoorbeeld hippe mannen tussen de 25 en 30 aanspreken. Iedereen kan dan bedenken dat je daar als specialist in damesmode niet zo heel veel aan hebt. Maar er zijn natuurlijk ook veel influencers die een doelgroep hebben waar je meerdere kanten mee uit kan. Zo heb ik samen met Milieudefensie een campagne opgezet die mensen bewuster moest maken van de kap van tropische regenwouden voor palmolieplantages. Dan zoeken we influencers met een achterban die mogelijk te activeren is om een petitie te tekenen. Dat is matchmaking.’

En als er een match is maken jullie samen een campagne?

‘Als we denken dat een influencer interessant is voor een bepaald merk gaan we contact zoeken. Bij de micro-influencers (tot 50.000 volgers) gaat dat meestal rechtstreeks, maar bij de grote namen loopt dat ook vaak via een managementlaag. Maar het is niet zo dat ze zomaar alles oppakken, vooral micro-influencers hechten veel waarde aan hun authenticiteit. Om bij het eerdere voorbeeld van de mode voor hippe mannen te blijven: dan moet je als influencer niet ineens met een random smoothie gaan staan poseren. Dat doet afbreuk aan je imago en daar prikt je achterban ook zo doorheen. Zowel merk als influencer hebben daar dan weinig aan.’

Toch zal het soms verleidelijk zijn om voor commercie te kiezen…

‘Dat gebeurt ook wel hoor. Maar je ziet steeds vaker dat het dan niet goed uitpakt, zoals recent met Anna Nooshin en Shell. Zij koos ervoor om de duurzame kant van een bedrijf te promoten dat door haar achterban totaal niet als duurzaam wordt beschouwd, met heel veel negatieve publiciteit als gevolg. Vervolgens is het begeleidende PR-bureau ook nog de mist in gegaan door zelf positieve reacties te plaatsen onder de foto. Daar prikten zowel de pers als haar volgers natuurlijk al snel doorheen. Dan maak je toch wel even een hele slechte beurt. Eigenlijk had je daar vooraf al moeten zeggen: dit gaan we niet doen.’

Reikt de invloed van influencers verder dan mode, beauty, eten en reizen?

‘Dat zijn wel de gebieden die momenteel het meeste succes kennen met influencers. Niet zo gek ook, want ze lenen zich allemaal voor visuele uitingen die het goed doen op een platform als Instagram. Maar er zijn zeker ook andere niches die via influencers bereikt kunnen worden. Op het gebied van tech zie je bijvoorbeeld dat influencers bepaalde hardware testen, meestal in korte filmpjes waarin ze onverbloemd hun mening geven. Handig voor gebruikers die een snelle review willen van de nieuwste producten. En voor merken interessant omdat ze zo een groot publiek kunnen bereiken. Dan nemen ze de eerlijke – en daarmee soms kritische – besprekingen graag op de koop toe.’

Meer weten over de wereld van influencer marketing? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn geen plekken over maar we hanteren wel een wachtlijst, dus meld je alsnog snel aan! Als iemand een ticket annuleert komt deze automatisch vrij voor iemand op de wachtlijst.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel van Lubbers De Jong.

De designer van de toekomst kan ook programmeren

okt 16, 2018

Op woensdag 24 oktober komen tech en design bij elkaar tijdens een speciale editie van Digital Wednesday midden in de Dutch Design Week in Eindhoven. Vier sprekers, allen actief op het snijvlak van ontwerp en technologie, nemen je mee in de wondere wereld van generatief design. Met een van hen, de 25-jarige designer en creative coder Vera van de Seyp, blikken we in dit interview alvast vooruit.

 

Wat is generatief design precies?

‘In generatief design komen ontwerpen en programmeren samen. Het betekent dat je iets ontwerpt aan de hand van een aantal vaste parameters of regels, die je vastlegt in een algoritme. In plaats van dat je direct aan het eindresultaat werkt, bedenk je een set van regels die vervolgens zelf voor het ontwerp zorgen. Het voordeel is dat je heel snel ontwerpschetsen kan maken en iets kan creëren wat met de hand eigenlijk niet kan. Het interessante is dat zo’n ontwerp continu kan veranderen, het is enorm dynamisch.’

Hoe ben jij met generatief design in aanraking gekomen?

‘Dat gebeurde tijdens mijn tijd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten (KABK), waar ik een opleiding tot grafisch ontwerper volgde. Ik ontdekte, onder meer door mijn docent Just van Rossum, die ook op Digital Wednesday spreekt, dat programmeren een geweldige tool is voor een ontwerper. Voor mij was die ontdekking echt een eureka-moment.

Ik ontwierp tot dan toe eigenlijk al vrij generatieve beelden, maar kwam er nu achter dat het door te programmeren uitdagender werd én ook nog eens veel minder tijd kostte.

Sindsdien ben ik er volledig ingedoken en nu doe ik een master Media Technology aan de Universiteit Leiden om me verder te verdiepen in onder meer kunstmatige intelligentie. Daarnaast doe ik projecten als freelancer.’

Kun je een paar voorbeelden geven van je eigen projecten?

‘Een opdrachtgever vroeg me om beeld te ontwerpen voor een terugkerend evenement, en gaf me als input een aantal teksten van deelnemers. Ik heb een script geschreven dat keywords uit die teksten filterde en op basis van die keywords afbeeldingen van het net scrapete, en vervolgens in een volgorde zette en op elkaar spiegelde. Zo kon ik met een relatief simpele code heel veel visuals in korte tijd maken. Zonder programmeerskills was dit onmogelijk geweest. Ook heb ik een VJ tool gemaakt, met visuals die live reageren en meebewegen met geluid.’

Waar staat generatief design op dit moment?

‘Generatief design bestaat inmiddels al langer dan ik, meer dan vijfentwintig jaar dus. Er is in die tijd natuurlijk veel veranderd, door alle nieuwe technische mogelijkheden. Ik denk dat het vakgebied inmiddels de hype-fase wel voorbij is. Er is een actieve community en er zijn steeds meer ontwerpers die ook programmeren. Bedrijven ontdekken dat deze hybride ontwerpers heel geschikt zijn voor bijvoorbeeld het bouwen van websites en apps. Normaal werken een designer en een programmeur bij dit soort projecten samen, ieder op hun eigen gebied. Maar het is natuurlijk mooi als iemand die skills kan combineren.

Ik merk overigens dat nog niet alle designers ook programmeren. Ik moet regelmatig ‘nee’ zeggen tegen potentiële opdrachtgevers, omdat ik naast de master die ik fulltime volg niet alle klussen kan aannemen.

Een luxepositie natuurlijk, en ik denk dat het belangrijk is dat het aantal programmerende designers gaat groeien. Er liggen zo veel kansen!’

 

Wees er snel bij!
Er zijn nog enkele tickets beschikbaar voor wo 24 oktober!

Vera van de Seyp - Designer & creative coder
Vera van de Seyp
Designer & creative coder
Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein