Nederlandse startups in de VS: droom of nachtmerrie?

nov 13, 2017 by Digital Wednesday in  Interview

Voor veel Nederlandse startups is het een droom: na een succesvolle start in de Benelux de sprong wagen naar het buitenland. En dan het liefste naar de Verenigde Staten, want daar is de ‘sky the limit’ en zijn de wegen met goud geplaveid. Peter Laanen hielp Nederlandse ondernemers bijna 18 jaar lang met de overstap naar de Verenigde Staten. Op woensdag 29 november deelt hij bij Digital Wednesday de do’s en don’ts voor Nederlandse ondernemers in de VS. Om je vast een idee te geven, legden we hem drie stellingen voor.

  1. Met een goed product kan je de VS veroveren

Natuurlijk kan dat. Maar je moet niet denken dat zodra je uit het vliegtuig stapt er allerlei deuren voor je opengaan. Veel belangrijke investeerders zitten op Sand Hill Road. Sommige ondernemers denken dat je daar gewoon kan aankloppen en dat ze dan wel naar je luisteren. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet je echt de juiste mensen kennen. En dan ben je er nog niet hoor. Als je wordt uitgenodigd moet je in staat zijn om een inhoudelijke en overtuigende elevator pitch te houden. Zo’n moment kan je maken of breken. Want al is je product nog zo goed, als je het niet goed kan uitleggen ben je nergens.

  1. Nederlands beheersen de Engelse taal uitstekend

Als je hier echt wil slagen moeten alle details kloppen. Een goede beheersing van de taal blijkt vaak toch een grotere uitdaging. Dat zit hem in kleine dingen: een Amerikaan zegt vrij snel ‘awesome’, maar dat betekent niet dat hij je verhaal echt geweldig vindt. En vertel je in een verhaal over liters, kilogrammen of graden Celsius, dan ben je de Amerikanen al kwijt. Neem nou die elevator pitch, daarbij moet je echt in staat zijn om je verhaal snel en helder te presenteren. Op zo’n moment wil je niet struikelen over een ingewikkeld woord, dan is je momentum weg. Daarnaast bewijs je jezelf natuurlijk ook geen dienst als je iets heel anders zegt dan je bedoelt. En dat zit hem soms al in hele kleine nuances.

  1. We kunnen iets leren van Amerikaanse bedrijven

In Nederland zijn we gewend om met een vangnet te werken. Op het gebied van uitkeringen en zorg is alles hier enorm goed geregeld, als je het vergelijkt met de VS. Maar dat maakt wel dat ze daar veel efficiënter omspringen met hun middelen. Startups die een miljoeneninvestering krijgen blijven in de VS gewoon lean & mean opereren, ieder dubbeltje wordt daar omgekeerd. Met dat geld moet je het immers doen, daarmee kan je de sprong maken naar de echte top. In Nederland zie je vaak dat zo’n investering al bijna als einddoel wordt beschouwd. Dan rijdt de CEO plotseling in een mooie wagen en neemt het heilige vuur toch wat af.

 

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Peter Laanen

Peter Laanen

International Trade Director in San Francisco

View profile

Sander Bartmann (DSM): “Wij gebruiken bewust B2C-tactieken in onze B2B-marketingaanpak”

sep 20, 2017

Sander Bartmann is Global Brand Manager van een ‘wereldberoemd’ ingredient product dat veel mensen mogelijk (nog) niet kennen, maar dat talloze toepassingen kent. Namelijk DSM’s supersterke UHMWPE-vezel die beter bekend is onder de merknaam Dyneema. De komende Digital Wednesday (27 september) vertelt hij hoe DSM aan een begeerlijk ingredient brand bouwt dat steeds meer producenten ‘inside’ hun merkartikelen willen hebben.

Dyneema is in 1963 uitgevonden door Dr. Albert Pennings. Het heeft uiteindelijk tot begin jaren 90 geduurd voordat DSM het product is gaan commercialiseren. De Dyneema-vezel is 15 keer sterker dan staal op basis van hetzelfde gewicht, tevens is het heel duurzaam. In de afgelopen 25 jaar hebben deze exceptionele eigenschappen van Dyneema ervoor gezorgd dat er verschillende markten opgeschud zijn. Denk daarbij aan touwen en stroppen in de maritieme industrie, kogelwerende vesten en bepantsering voor de militaire industrie, en snijbestendige handschoenen en kleding.

‘Met Dyneema’

De laatste jaren heeft Dyneema nieuwe toepassingen gevonden in verschillende textielvormen. Dit heeft er toe geleid dat Dyneema nu wordt toegepast in allerlei ‘heavy duty’ sport- en outdoorartikelen voor bijvoorbeeld bergsporters waarbij lichtgewicht en sterkte (duurzaamheid) de belangrijkste eigenschappen zijn. Bartmann: “Dyneema wordt meer en meer een begeerlijke ‘ingredient brand’ dat door bekende merken zoals Specialized, Stone Island, Under Armour, Levi’s en Adidas in hun producten wordt verwerkt omdat het product daarmee een sterk onderscheidend karakter krijgt. Zoals laptopmerken zich positioneren met ‘Intel Inside’, zo communiceren onze partners dat het product ‘met Dyneema’ is gemaakt.”

Geïntegreerde marketing

Zodoende ontwikkelt de marketingcommunicatie van Dyneema zich volgens Bartmann steeds meer richting de principes die gelden in de B-to-C aanpak. “De klassieke business-to-business-marketingcommunicatie was lang gestoeld op publiciteit via de vakmedia of via het bouwen van relaties in het distributiekanaal. Intussen willen klanten meer dan alleen worden overtuigd door kwaliteit en ratio. Ze willen ook emotioneel geraakt worden en een relatie aangaan met een merk. Het hele (digitale) medialandschap is onderhevig aan continue verandering. Je moet als merk hier snel op kunnen inspelen. Dat vraagt ook om een andere manier van samenwerken met je online marketingbureau. Met Valtech hebben we een sterke strategische relatie door de jaren heen opgebouwd. We werken niet van campagne tot campagne maar denken en acteren meer in complete geïntegreerde programma’s waarbij er meer een ‘wij’-gevoel is dan een bureau-klantrelatie. Alleen op deze manier kunnen we samen tot een maximale impact komen van onze marketingcommunicatie-activiteiten.”

Innovatie en impact

Bartmann geeft als voorbeeld: “Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro hebben we een narrow targeted guerilla-actie gedaan op basis van Facebook-advertenties in combinatie met geolocatie. We hebben zeilfanaten benaderd in een straal van een paar kilometer rond de Olympische haven en onze doelgroep daar in contact gebracht met een Facebook Canvas-advertentie gericht op de introductie van een nieuwe technologie voor zeillijnen.  In twee weken tijd hebben we ruim negentigduizend impressies gehad met enorme engagementcijfers. Dit soort innovatieve activiteiten ontwikkelen in combinatie met de enorme impact, dat geeft een kick!”

Naast Sander Bartmann spreken ook Paul Kerssens (Zamro) en Niek Sanders (Bidfood) op woensdag 27 september op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door Erwin van den Brink van Lubbers De Jong.

Sander Bartmann
Global Brand & Communications Manager @DSM
Gamification

Van een genadeloze afstraffing leer je het meeste

jun 24, 2018

Kinderen, volwassen en zelfs senioren: iedereen gamet tegenwoordig. Meestal ter ontspanning, maar ook steeds vaker om te leren. Medische opleidingen, het zakenleven en het basisonderwijs maken allemaal al gebruik van ‘playful learning’. Aanstaande woensdag legt Evert Hoogendoorn bij Digital Wednesday uit waarom dat zo goed werkt. Naast zijn werk als strateeg en game designer bij IJsfontein is hij een dag per week docent bij de HKU. Een man met kennis van zaken, kortom!

Om gelijk met de deur in huis te vallen: wat is playful learning?

Het is een vorm van leren waarbij we vooral op het gedrag focussen. Televisie kijken en lezen zijn bij uitstek voorbeelden van ‘lean back’ ervaringen, waar de informatie over je wordt uitgestort – je ontvangt dan alleen. Gaming is een voorbeeld van ‘lean forward’, waarbij je zelf ook actief moet deelnemen. We geven dus niet aan wat je moet leren of wat je moet doen. In plaats daarvan zetten we een wereld neer waarin je dit als speler zelf mag ontdekken. Zo kan je het gedrag ook gelijk bijsturen, dat werkt heel goed. De beste manier om te leren hangt van het onderwerp af. Leren fietsen doe in de praktijk, niet via een boek. En gaming helpt ook om bepaalde skills te ontwikkelen.

Welke opleidingen sluiten daar goed bij aan?

We maken veel games voor het medisch onderwijs. Je kan dan denken aan het diagnosticeren van bepaalde ziektes. Hoe moet je handelen, hoe maak je een behandelplan voor de komende dagen, dat soort zaken. De resultaten zijn vrij eenduidig: het leren diagnosticeren gaat via game precies even goed als via een instructievideo. Het selecteren van de juiste medicijnen gaat ietsje beter via game, al scheelt dat niet veel. Maar het kunnen bedenken hoe de ziekte van een patiënt zich gaat ontwikkelen in de komende dagen, met onvoorspelbare beslisbomen, dat gaat in een game heel veel beter.

Waar komen die goede resultaten uit voort?

Het gaat om de manier van denken, in games wordt je echt geactiveerd. En als je iets fout doet krijg je gelijk feedback, net zo lang tot je het goed doet. Denk maar aan Mario – je wordt genadeloos afgestraft als het niet goed gaat. Die korte feedbackloop is enorm waardevol. Een collega van mij is dat ook in de praktijk gaan toepassen. Zijn leerlingen mochten het proefwerk zo vaak maken als ze wilden, als ze uiteindelijk maar een tien zouden halen. Na het maken gaf hij steeds gelijk feedback, zodat ze wisten waar ze de mist in waren gegaan. Ook jongens die altijd onvoldoendes haalden kropen langzaam op. Uiteindelijk heeft iedereen die tien gehaald.

Worden al jullie games op dezelfde manier opgezet?

De achterliggende gedachte is vaak hetzelfde, in die zin dat we mensen op actieve wijze laten leren. Maar het wisselt per spel enorm hoe we dat doen. Een medisch student of een museumbezoeker brengen hele andere interesses en mogelijkheden met zich mee. Een museumbezoek is veel vluchtiger, daarin moet je in korte tijd heel veel facetten meenemen. De musea uit mijn jeugd, daar accepteerde je dat je naar dingen ging kijken en dat er iemand wat uitlegde: ‘lean backward’. Bij mijn kinderen zie ik nu dat ze er vanuit gaan dat ze in een museum ook echt iets kunnen doen. Dan kan je niet met een bordje volstaan. Je moet echt iets op poten zetten.

Kan je een voorbeeld geven?

In het openluchtmuseum van Arnhem hebben we games en interactieve installaties ontworpen voor de verschillende canonvensters van de geschiedenis van Nederland. Neem bijvoorbeeld de tachtigjarige oorlog, dan is er ook een stukje waarin je een musket kan laden. Nadat je een keer geschoten hebt moet je vervolgens weer tien minuten puzzelen. Dan besef je als bezoeker pas echt hoe lang dat eigenlijk duurde, veel meer dan als je er alleen over leest. Er is ook een stukje over kinderarbeid – kinderen moesten vroeger voor het bakken van klei en porselein hele zware materialen naar de oven dragen. Dat laten we bezoekers ervaren door ze ook echt iets zwaars te laten dragen. Die objecten hebben een sensor die meet of je die stapel te schuin houdt. Alles kan dus kapot vallen als je onvoorzichtig bent. Door zelf te sjouwen merk je pas echt hoe zwaar die kinderen het hadden.

Je maakt de ervaring dus tastbaar?

Het draait allemaal om ervaren. Natuurlijk kunnen we ons tot op zekere hoogte wel verplaatsen in een ander: ik kan wel ongeveer bedenken hoe een bakker zijn brood bakt als ik daar over lees. Je krijgt alleen niet alle facetten mee. Soms is dat niet erg, maar soms is het wel een gemis. Neem nou schuldgevoel, dat kan een hele belangrijke factor zijn in de besluitvorming. In andere media leef ik me in, dan kan ik me voorstellen dat iemand zich schuldig voelt. In een game kan ik me zelf echt schuldig voelen omdat je dan zelf de keuzes maakt. Stel je bijvoorbeeld voor dat je levels lang voor een hond hebt gezorgd, en dan krijg je ineens de keuze om hem achter te laten. En als je dat doet gaat hij dood. Als je net helemaal op bent gegaan in de wereld van een spel, dan doet dat echt wel wat met je. Zo kunnen we artsen in een sandbox-omgeving om leren gaan met ethische dillema’s. Het maakte de realiteit echt tastbaar en de les wordt daarmee veel waardevoller.

 

Meer weten over playful learning? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn nog maar een paar plekken over, dus meld je snel aan!

Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn
Strategist / Gamedesigner at IJsfontein
Marco Wallenburg

De wondere wereld van influencer marketing

mrt 27, 2018

Enzo Knol, Yara Michels en Anna Nooshin… Moet je bij het horen van die namen eerst even Googlen? Dan ben je waarschijnlijk niet thuis in de wondere wereld van influencer marketing. Terwijl deze hippe vogels met hun rijke achterban van grote waarde kunnen zijn als uithangbord voor allerlei merken. Aanstaande woensdag vertelt influencer-specialist Marco Wallenburg (27.000 volgers op Instagram) daar alles over bij Digital Wednesday. Wij bieden je hier alvast een voorproefje!

Wat doet een influencer-specialist eigenlijk?

‘Van alles eigenlijk! Het loopt uit een van matchmaking – het vinden van de juiste personen voor de juiste merken – tot campagne-management. Bij dat laatste kan je denken aan het briefen van de influencers, met name wat betreft de deadlines en de precieze boodschap die ze gaan delen. Ze maken zelf de content en zorgen ook zelf dat het online komt, maar met een strakke samenwerking zorg je dat alles ook echt loopt zoals het moet lopen. Soms is bepaalde informatie nog onvolledig of zie je dat ze qua timing niet goed aansluiten bij breder opgezette campagnes. Dan is die vinger aan de pols toch wel handig.’

Je had het net over matchmaking, hoe gaat dat?

‘De meeste influencers hebben een hele specifieke, trouwe achterban – als je het over mode hebt, kan een bepaalde influencer bijvoorbeeld hippe mannen tussen de 25 en 30 aanspreken. Iedereen kan dan bedenken dat je daar als specialist in damesmode niet zo heel veel aan hebt. Maar er zijn natuurlijk ook veel influencers die een doelgroep hebben waar je meerdere kanten mee uit kan. Zo heb ik samen met Milieudefensie een campagne opgezet die mensen bewuster moest maken van de kap van tropische regenwouden voor palmolieplantages. Dan zoeken we influencers met een achterban die mogelijk te activeren is om een petitie te tekenen. Dat is matchmaking.’

En als er een match is maken jullie samen een campagne?

‘Als we denken dat een influencer interessant is voor een bepaald merk gaan we contact zoeken. Bij de micro-influencers (tot 50.000 volgers) gaat dat meestal rechtstreeks, maar bij de grote namen loopt dat ook vaak via een managementlaag. Maar het is niet zo dat ze zomaar alles oppakken, vooral micro-influencers hechten veel waarde aan hun authenticiteit. Om bij het eerdere voorbeeld van de mode voor hippe mannen te blijven: dan moet je als influencer niet ineens met een random smoothie gaan staan poseren. Dat doet afbreuk aan je imago en daar prikt je achterban ook zo doorheen. Zowel merk als influencer hebben daar dan weinig aan.’

Toch zal het soms verleidelijk zijn om voor commercie te kiezen…

‘Dat gebeurt ook wel hoor. Maar je ziet steeds vaker dat het dan niet goed uitpakt, zoals recent met Anna Nooshin en Shell. Zij koos ervoor om de duurzame kant van een bedrijf te promoten dat door haar achterban totaal niet als duurzaam wordt beschouwd, met heel veel negatieve publiciteit als gevolg. Vervolgens is het begeleidende PR-bureau ook nog de mist in gegaan door zelf positieve reacties te plaatsen onder de foto. Daar prikten zowel de pers als haar volgers natuurlijk al snel doorheen. Dan maak je toch wel even een hele slechte beurt. Eigenlijk had je daar vooraf al moeten zeggen: dit gaan we niet doen.’

Reikt de invloed van influencers verder dan mode, beauty, eten en reizen?

‘Dat zijn wel de gebieden die momenteel het meeste succes kennen met influencers. Niet zo gek ook, want ze lenen zich allemaal voor visuele uitingen die het goed doen op een platform als Instagram. Maar er zijn zeker ook andere niches die via influencers bereikt kunnen worden. Op het gebied van tech zie je bijvoorbeeld dat influencers bepaalde hardware testen, meestal in korte filmpjes waarin ze onverbloemd hun mening geven. Handig voor gebruikers die een snelle review willen van de nieuwste producten. En voor merken interessant omdat ze zo een groot publiek kunnen bereiken. Dan nemen ze de eerlijke – en daarmee soms kritische – besprekingen graag op de koop toe.’

Meer weten over de wereld van influencer marketing? Zorg dan dat je aanstaande woensdag in Eindhoven bent voor Digital Wednesday. Er zijn geen plekken over maar we hanteren wel een wachtlijst, dus meld je alsnog snel aan! Als iemand een ticket annuleert komt deze automatisch vrij voor iemand op de wachtlijst.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel van Lubbers De Jong.