Header Image

Blog

Tim van de Wiel GoSpooky Interview

Tim van der Wiel (19): “Niemand is geïnteresseerd in jouw 3-plus-2-gratis actie”

mrt 23, 2018

Tim van der Wiel (19), creative director & medeoprichter GoSpooky: “Niemand is geïnteresseerd in jouw 3-plus-2-gratis actie”

GoSpooky heeft de afgelopen jaren een indrukwekkende rise to fame doorgemaakt, met een klantenbestand om je vingers bij af te likken. Als je de verhalen hoort van de 19-jarige oprichter Tim van der Wiel is dat niet verwonderlijk: er is een enorme generatiekloof in marketingland. Op 28 maart zal hij zijn visie op influencer marketing delen op Digital Wednesday. Wij spraken hem alvast:

Leuk je te spreken Tim! Jij bent zelf eigenlijk een influencer avant la lettre hè?

‘Eigenlijk wel. Toen ik nog op school zat beheerde ik een aantal twitteraccounts met miljoenen volgers. Het woord influencer marketing bestond toen nog maar net, maar merken als McDonalds en RedBull kochten wel advertentieruimte bij me in. Vanuit daar ben ik bij Spinnin Records terecht gekomen, waar ik heb meegeholpen aan de positionering en het merk en DJ’s. Daar kwam ik Liam Tjoa tegen, met wie ik later GoSpooky ben begonnen. Het idee is en was dat ieder platform zijn eigen benadering vraagt.’

En nu help je bedrijven hun doelgroepen te bereiken via alle mobile-platformen?

‘Yes! We zijn begonnen met Snapchat, maar ondertussen draaien we de meeste campagnes op Instagram. Dat zijn de platformen waar de aandacht ligt van een jongere doelgroep, en wij bereiken die doelgroep met content die geschikt is voor die specifieke platformen. Daarnaast ontwikkelen we software: we zijn bijvoorbeeld nu al vrij ver met toepassingen voor de naderende voice-assistenten.’

Jongeren staan erom bekend dat ze lastig te bereiken zijn…

‘Het ligt meer aan een verkeerde benadering volgens mij. Oude marketeers geven liever geld uit aan wat ze gewend zijn, dan dat ze nieuwe dingen proberen. Wat we daarnaast zien is dat de meeste marketeers nog steeds denken in een door tv-gedomineerde wereld. Social is voor hen gewoon nog een extra distributiekanaal. Ze maken één stuk content en copy-pasten het overal maar…

Wat wij ze graag bij willen brengen is dat het niet zo werkt. Je moet voor elk platform maatwerk leveren. Snapchat is bijvoorbeeld iets totaal anders dan Instagram, zelfs al denken veel marketeers dat ze hier vergelijkbare content kunnen gebruiken. Snapchat is bedoeld voor één op één communicatie. Dat vraag om hele andere uitingen dan wanneer je content maakt die bedoeld is om openbaar te delen, zoals op Instagram.

Daarnaast zijn er veel te veel merken actief die alleen vanuit zichzelf denken. Die vergeten dat ze als commerciële speler binnendringen in een systeem van interactie tussen mensen! Niemand zit op een sociaal medium voor jouw merk. Dus niemand is echt geïnteresseerd in een drie plus twee gratis actie van jou. Wil je iets toevoegen? Dan moet je een verhaal vertellen, dat inspeelt op de kenmerken van een specifiek platform.’

En influencers hebben dat wel begrepen?

‘Precies, het verklaart hun succes. Zij zijn gestart op een kanaal. Zij weten vanuit dat kanaal – dus niet vanuit een merk – hoe ze content moeten maken die resoneert. Hoe die mensen content maken, daar kunnen merken nog heel veel van leren.’

En hoe moet je als moderne marketeer omgaan met influencers?

‘Ik denk dat het niet heel veel anders is dan wanneer je een paar jaar geleden een voetballer of een popster inhuurde. Er wordt alleen wel heel plat tegen influencer marketing aan gekeken. We zien regelmatig dat bedrijven twee weken voor een event nog even een paar influencers optrommelen. Terwijl je een verhaal moet vertellen – één post met een nieuw product werkt niet meer, want de aandacht op social is bijzonder vluchtig. Wat merken zich af moeten vragen is: aan wie ga jij je de komende drie jaar binden. Alleen zo kan je waarde halen bij een doelgroep.’

Maar hoe houdbaar is het verdienmodel van de huidige generatie influencers dan?

‘Het gaat om het verschil tussen bereik en impact. Het verschil tussen volgers en fans. Er gaat ook zeker een shift komen tussen de influencers die echt een personal brand aan het bouwen zijn, en de mensen die veel bereik hebben en daar op kapitaliseren met af en toe een leuke branddeal. Van die eerste categorie zijn er in Nederland overigens bizar weinig. Vandaag hebben ze een branddeal met merk A, volgende week zitten ze met de concurrent. En dat is een natuurlijke reactie, want zonder die branddeals verdienen ze niks. Het gevaar voor die influencers is wel dat ze na verloop van tijd hun authenticiteit verliezen.’

Benieuwd naar het verhaal van Tim? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 Maart in Igluu te Eindhoven.

Artikel is geschreven door Lubbers De Jong.

Tim van de Wiel GoSpooky
Tim van der Wiel
Co-founder and Creative Director at GoSpooky
Interview

AR is geen gimmick, het is een technologie die strategisch kan worden ingezet

feb 27, 2018

Jos Westerkamp kwam in zijn vorige functie als big data marketeer bij een CRM-bedrijf in aanraking met Augmented Reality (AR) en wilde er meer over weten. Vanuit zijn fascinatie kwam hij bij twnkls terecht waar hij nu marketing manager is. twnkls is pionier op het gebied van augmented reality maar ook een beetje een best kept secret. Aan Jos de schone taak om meer bekendheid te genereren voor twnkls en voor de gave, revolutionaire dingen die zij doen. Tijdens Digital Wednesday op 28 februari vertelt hij hier meer over.

Wat is twnkls voor bedrijf en hoe gaan jullie te werk?

Wij zijn een autoriteit in het bedenken, ontwikkelen en implementeren van AR applicaties voor bedrijven. Een tijdje geleden werden wij en onze cases voor Ikea en machineproducent Wemo zelfs met naam genoemd door professor Michael Porter in de Harvard Business Review. Dat toont aan dat we baanbrekend bezig zijn.

Met AR kunnen mensen taken makkelijker en efficiënter uitvoeren. De software en applicaties die wij maken en leveren, stellen hen daartoe in staat. We hebben een aantal knappe koppen in dienst op R&D die dat ontwikkelen. Een van de grootste uitdagingen van ons werk is dat mensen wel ongeveer weten wat AR is, maar het vaak lastig vinden om de toegevoegde waarde voor hun eigen business te zien.

Maar AR, dat is toch vooral leuk voor games en als marketinggrap?

AR is juist geen gimmick, het is een technologie die strategisch kan worden ingezet. Natuurlijk ziet het er leuk uit en denken mensen vaak als eerste aan Pokemon Go, maar het kan veel diverser worden ingezet. Voor Ikea hebben we bijvoorbeeld Ikea Place ontwikkeld, een AR app waarmee je meubels kunt selecteren en virtueel kunt bekijken in je huis. Je ziet ze in ware grootte voor je en kunt zo bepalen of het past en of de kleur bijvoorbeeld overeen komt met je interieur. Zo kunnen klanten een weloverwogen keuze maken. We hebben ook een app gemaakt waarmee je zonnepanelen op een dak kunt plaatsen en die automatisch op basis van de hoek en locatie berekent hoeveel zonne-uren ze hebben en wat de terugverdientijd zou zijn. Dit zijn voorbeelden van toepassingen met grote toegevoegde waarde voor bedrijven omdat ze het verkoopproces verkorten en helpen sneller omzet te genereren. Voor consumenten zijn ze handig omdat ze voorkomen dat je een miskoop doet.

Daarnaast zijn er natuurlijk ook heel praktische toepassingen zoals de app voor Lamborghini waarmee monteurs ‘in de auto’ kunnen kijken en al weten hoe het onderstel of de motor van een nieuw model in elkaar steekt voordat ze eraan beginnen te sleutelen. Voor de zorgsector draaien we een pilot met smart glasses en remote collaboration. Via de AR-bril kan 1 expert op afstand meekijken met meerdere juniors en hen ondersteunen als ze een patiënt aan het helpen zijn. In de toekomst zullen mensen steeds minder uit boeken leren maar sneller visueel en praktijkgericht gaan leren.

Wat ga je tijdens Digital Wednesday vertellen?

Er is nog weinig bekend over de mogelijkheden van AR. Het is een serieuze business. Ik wil dus een aantal cases toelichten en hoop zo mensen te inspireren de vertaalslag naar hun eigen bedrijfsvoering te maken.

Wat vind jij persoonlijk het meest inspirerende voorbeeld van een AR toepassing?

Dat is de AR Kit Portal waarmee je door een ‘poort’ loopt en direct virtueel in een 360 graden compleet andere omgeving terecht komt. Op die manier kun je bijvoorbeeld live een voetbalwedstrijd of modeshow bijwonen. Je moet het zien om te geloven hoe baanbrekend het is.

Het mooie van deze toepassing van AR is dat het ook de mogelijkheid biedt om weer schaarste te creëren. Internet heeft alles openbaar beschikbaar gemaakt. Maar net zoals met Pokemon Go kun je mensen weer echt naar een fysieke locatie trekken, of hen alleen door middel van het verdienen van punten toegang geven tot bepaalde zaken. Dat maakt het extra bijzonder.

 

Benieuwd naar het verhaal van Jos? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Marieke Oosterom van Lubbers De Jong.

Jos Westerkamp
Jos Westerkamp
Marketing Manager bij twnkls
Interview

Manus VR heeft jouw toekomst in handen

feb 23, 2018

Stel je een wereld voor waar alles kan. Je springt tijdens autoraces over honderden meters rivier. Rijdt al schietend over een slachtveld op de rug van een gigantische schorpioen. Klinkt als sciencefiction… En dat is het ook! Dit is het verhaal van Ready Player One, de nieuwe blockbuster van Spielberg waarin een VR-wereld centraal staat. In het dagelijkse leven zijn de mogelijkheden van VR wat beperkter, maar daarom niet minder interessant. Zo ontwikkelde Manus VR uit Eindhoven een handschoen die bewegingen van gebruikers rechtstreeks naar een virtuele omgeving omzet – NASA zet de technologie al in om trainingen te geven. Komende woensdag vertelt Stephan van den Brink bij Digital Wednesday waarom!

Hoe kwamen jullie bij de handschoen?

In 2014 hoorde je veel over Oculus Rift, het bedrijf daarachter was toen net voor twee miljard door Facebook overgenomen. Er was in de media veel aandacht voor, de verwachtingen waren hooggespannen. Maar je kon met zo’n bril eigenlijk alleen om je heen kijken in een virtuele omgeving. Het leek ons interessant om te kijken of we via VR ook de interactie met de omgeving aan konden gaan, zoals in games. Je handen zijn dan de eerste stap, daarmee ga je de interactie aan met de virtuele omgeving. We zijn onderzoek gaan doen en ontdekten dat er al in de jaren 1990 toepassingen waren ontwikkeld voor de medische wereld – een ruwe versie van onze handschoen, maar dan voor 10.000 euro en nauwelijks doorontwikkeld. Dat kon dus beter.

En ondertussen werk je samen met NASA…

Dat hebben we destijds niet zo bedacht (lacht). Het idee voor onze handschoenen hebben we eerst gepitcht bij Startupbootcamp en daar kwamen we als winnaar uit de bus. Daar zijn we in contact gekomen met hele fijne investeerders, die zowel kennis als financiële hulp inbrachten. Dat gaf ons de kans om een vliegende start te maken. We wilden ons echt op consumenten richten, daar zit de massa. Het probleem was alleen dat er nog maar weinig content bestond die zich goed leende voor gebruik met de handschoenen. Op een gamebeurs kwamen we in contact met NASA en zij zagen gelijk praktische toepassingen voor onze techniek – toen hebben we als bedrijf besloten om een pivot in de richting van B2B te maken.

Waar liggen de mogelijkheden in B2B?

De techniek is vrij breed inzetbaar. Niet alleen voor NASA, maar ook voor andere innovatieve bedrijven – zelfs uit het MKB. Je kan dan bijvoorbeeld aan trainingen denken, die op deze wijze goedkoper gefaciliteerd kunnen worden. Mensen hoeven niet af te reizen naar speciale locaties en je kan onder veilige omstandigheden een gevaarlijke situatie simuleren. Voor de brandweer is het bijvoorbeeld heel geschikt. Met onze handschoen kan je de handbewegingen tracken en die worden dan in beeld omgezet naar bewegingen van een avatar. Nu gaat handtracking vaak nog met hulp van controllers, maar dat leent zich nog niet goed voor intuïtieve handelingen – in de praktijk sta je natuurlijk ook niet met een controller in je hand.  Bij ons kan je precies bewegen zoals in het echt en met hulp van rekwisieten kan je zelfs objecten voelen.

Met andere woorden, the sky is the limit?

Dat zou je bijna denken, maar we staan echt nog aan het begin van alle ontwikkelingen. Door alle enthousiaste marketeers worden de mogelijkheden van VR vaak veel te groot gemaakt, je ziet in filmpjes dingen die echt nog lang niet haalbaar zijn. Zo worden verwachtingen geschapen die we voorlopig niet waar kunnen maken. Vooral op entertainmentvlak zijn de mogelijkheden nog beperkt. Het is alsof je van een telefooncel doorschakelt naar mobiele telefonie. Binnen een jaar of wat zien we het allemaal als de vanzelfsprekendste zaak van de wereld. Op korte termijn valt veel techniek tegen, maar op lange termijn is er meer mogelijk dan we denken. Tot het zover is ontwikkelen wij vooral door binnen de B2B-sector. Je krijgt immers niet altijd de kans om met NASA samen te werken…

 

Benieuwd naar het verhaal van Stephan? Meld je dan hier aan voor de volgende editie van Digital Wednesday, op 28 oktober in Igluu te Eindhoven.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Interview

Cabaretier Marlon Kicken treedt op bij nieuwjaarsborrel Digital Wednesday

jan 16, 2018

De nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday wordt dit jaar opgevrolijkt door cabaretier Marlon Kicken. De Brabander reist momenteel met zijn tweede show ‘BaKo’ door heel Nederland. Hij biedt met zijn typische humor een frisse kijk op techniek. Zo vraagt Marlon zich af wat zijn huisdieren (mini- varkens en kippen) van een slimme voederbak zouden vinden: ‘Het is de kunst om mensen op een leuke manier aan het denken zetten…’

Je begon laat als cabaretier…

Dat klopt, tot mijn 36e werkte ik als ontwerper in de automotive. Daar ben ik terecht gekomen vanuit mijn studie Werktuigbouwkunde. Ik ontwierp met veel plezier zonnedaken voor auto’s, het was een mooie tijd. Maar toen kwam op een gegeven moment de crisis en hadden mensen veel minder behoefte aan auto’s. Laat staan met zonnedaken. Daar hield het voor mij op, er was geen werk meer. In plaats van bij de pakken neer te zitten besloot ik toen mijn hart te volgen. Ik had ooit al eens opgetreden, en dat smaakte naar meer. Dit was voor mij de kans om te ontdekken of ik er mijn geld mee zou kunnen verdienen. En nu ben ik al jaren fulltime comedian.

Wat was je doorbraak?

Mijn eerste optreden was bij de wereldomroep. Jürgen Raymann was te duur voor ze en toen kwamen ze op de een of andere manier bij mij uit. Heel leuk om te doen! Maar de echte doorbraak kwam toen ik in 2009 zowel de juryprijs als de publieksprijs won bij de Culture Comedy Award. Dat is de belangrijkste stand-up prijs van de Benelux, al moet ik toegeven dat er toen geen mensen uit Luxemburg meededen (lacht). Daarna werd ik steeds meer gevraagd, van voetbalkantines tot aan bedrijfsevents. En ik kreeg de kans om mijn eigen show op de planken te brengen. Ondertussen ga ik met mijn tweede show ‘BaKo’ het hele land door.

Waarom Digital Wednesday?

Zoals gezegd, ik heb best een technische achtergrond. Ik volg de ontwikkelingen nog steeds met veel plezier, er gebeurt zo veel op dat gebied. Daar zitten onderwerpen bij die ik goed kan gebruiken. Bij Digital Wednesday ga ik techniek en innovatie een beetje op de hak nemen, zo zet je mensen op een leuke manier aan het denken. Zelf ben ik bijvoorbeeld heel nieuwsgierig naar de mogelijkheden van augmented reality, hoe ver zijn we daar over een paar jaar mee? En het is natuurlijk interessant om te zien hoe social media zich door zal ontwikkelen. Nu wordt er nog veel gebruik gemaakt van tekst, maar dat gaat vast veel meer video worden.

Wat mogen we verwachten?

Het wordt een stand-up van twintig minuten, waarin ik opzoek ga naar leuke voorbeelden van technologische vooruitgang. Ik maak me daar geen zorgen over, maar je merkt wel dat alles anders is dan vroeger. Mijn dochters zitten nu al de hele dag op Instagram en ze krijgen steeds van die personalized marketing op zich af. Het is goed dat er bepaalde regelgeving is op dat gebied, dat houdt het binnen de perken. Zulke dingen zijn ook leuk voor in een optreden. Je moet het soms allemaal net even op een andere manier naar kijken. Je kent die slimme assistent toch wel, Siri. Dan denk ik, wat zouden mijn huisdieren daar nou van vinden? Ik houd bijvoorbeeld mini-varkens, intelligente dieren. Misschien hebben die wel baat bij een slimme voederbak. Je weet het niet…

Marlon Kicken treedt woensdag 31 januari op bij de nieuwjaarsborrel van Digital Wednesday in Igluu Eindhoven.
Aanmelden doe je hier!

Marlon Kicken
Marlon Kicken
Een unieke verschijning
Interview

SendCloud: door vallen en opstaan de snelst groeiende startup van Nederland

nov 13, 2017

Sabi Tolou is een van de grondleggers van SendCloud. De Eindhovense startup werd in 2012 opgericht en won afgelopen maand de Deloitte Fast 50. Met een omzetgroei van meer dan 5463 procent in vier jaar tijd is SendCloud het snelst groeiende techbedrijf van Nederland. Bij Digital Wednesday vertelt Tolou hoe SendCloud zo snel heeft kunnen groeien en welke uitdagingen daar bij kwamen kijken. In dit interview licht hij alvast een tipje van de sluier op.

Hoe begon het allemaal?

Dat was vijf jaar geleden. We waren druk bezig met studie, bijbaan en een webshop. De online verkoop liep geweldig, maar op een gegeven moment ging er zo veel tijd in zitten dat het bijna niet meer te combineren was. De meeste tijd ging in het verzenden zitten, als we NAW-gegevens moesten overtypen in het systeem van vervoerders. Het verbaasde ons zo dat er geen koppeling was tussen de systemen dat we zelf maar een koppeling tussen onze webshop en het systeem van de vervoerder zijn gaan maken. Zo is SendCloud ontstaan.

En toen kwam het succes vanzelf?

Dat hoopten we natuurlijk wel, haha! De pilot was in elk geval een groot succes. Toen dachten we wel even: nu gaan we gewoon stilzitten en geld verdienen. Maar we kwamen er al snel achter dat daar meer bij komt kijken. Er moest bijvoorbeeld onderhoud gepleegd worden aan de tool. Daar moesten we iemand voor in dienst nemen. En we wilden groeien, dus er moesten ook marketeers en verkopers worden aangenomen. Vervolgens wilden we het product verder ontwikkelen en hadden we developers nodig. Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar we kwamen steeds een stapje verder in het proces. Al improviserend werd het een echt bedrijf, met personeelsbeleid en alles erop en eraan.

Wat was de grote doorbraak?

Op de Webwinkel Vakdagen werden we plotseling door iemand benaderd die ons vroeg wie we waren en wat we deden. We vertelden ons verhaal en niet veel later kwam dezelfde man terug bij onze stand met iemand van Bpost, het Belgische postbedrijf. Zij wilden onze oplossing gebruiken, en toen waren we plots internationaal actief. Als ik daar nu op terugkijk moet ik zeggen dat we het verbazingwekkend goed hebben gedaan. Toen we de overstap naar Duitsland wilden maken werd het allemaal wat ingewikkelder.

Wat maakte Duitsland dan zo lastig?

Het was een onbekende markt voor ons. Daar zijn we als jonge ondernemers misschien gewoon te onbezonnen in gesprongen. Toen we besloten de Duitse markt te veroveren, hebben we een country manager in dienst genomen. Die hebben we tools en een telefoon gegeven, en toen zeiden we: veel succes. Dat was een enorme fuck up. Hij kwam niet uit Duitsland en wist net zo weinig van de Duitse markt als wij. Dat werkte dus voor geen meter. Na een maand zijn we gestopt en hebben toen iemand anders aangenomen. Ondanks dat hij ervaring had bij een groot bedrijf liep dat net zo goed in soep. Pas de derde keer lukte het. We hebben een lokaal team opgezet in München, dat eerst in Nederland is getraind. En mijn compagnon Rob van den Heuvel verhuisde naar München , om het proces te begeleiden.

Lopen jullie als startup tegen andere problemen aan?

De zoektocht naar talent blijft lastig. Toen we begonnen hebben we veel generalisten aangenomen, maar we hebben nu echt specialisten nodig. Daarvoor moeten we internationaal rondkijken, onze developers komen van over de hele wereld. Om dat talent binnen te kunnen halen, moet je wel iets moois bieden. Als ze eenmaal binnen zijn vinden ze het geweldig, het is bij ons een grote familie. Maar om ze binnen te halen moeten we echt hard werken. We betalen niet zo veel als bij Google, maar bij ons kunnen ze wel echt het avontuur aangaan. Ze krijgen een aandeel in het bedrijf, dus als het goed gaat delen ze zelf ook mee in het succes. Na drie jaar in dienst krijgen ze verplicht een maand extra vakantie, bovenop het normale verlof. Niet verkeerd toch?

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Sabi Tolou
Sabi Tolou
CCO SendCloud
Interview

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

nov 13, 2017

Ruben van Vreeland leerde zichzelf op negenjarige leeftijd programmeren en was vanaf zijn veertiende ethisch hacker. In de loop der jaren kraakte hij de beveiligingssystemen van grote bedrijven als eBay en LinkedIn. Die ervaring komt goed van pas bij BitSensor, de startup die hij samen met compagnon Alex Dings begon. Niet voor niets werd BitSensor uitgeroepen tot beste startup van Nederland. Op 29 november deelt Ruben bij Digital Wednesday zijn verhaal.

Van hacker tot ondernemer… Een logische stap?

Toen ik begon stonden hackers over het algemeen slecht bekend bij bedrijven. Dat er ook jongens waren zoals ik, die het met goede bedoelingen deden, dat was echt iets nieuws. Bedrijven hebben er aan moeten wennen dat ze kwetsbaar zijn. De laatste jaren vindt er een omslag plaats op dat gebied, bedrijven zien in dat ze echt wel een probleem hebben op het gebied van cybersecurity. Het duurde soms na negen maanden tot ze ontdekten dat ze gehackt waren. Daar kwamen ze een tijd mee weg, maar nu consumenten steeds meer belang aan privacy hechten merk je dat bedrijven ook scherper zijn geworden. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een oplossing als BitSensor. 

Waarom krijgen grote bedrijven dit zelf niet voor elkaar?

Dat ligt samen met het hoge ontwikkeltempo. Met DevOps gaat het allemaal zo verschrikkelijk snel dat je er haast niet tegen op kan testen. Bij grote bedrijven worden er bij wijze van spreken dagelijks nieuwe updates online gezet. Dat brengt kwetsbaarheden met zich mee op het gebied van security. Wat wij met BitSensor hebben ontwikkeld is eigenlijk een soort radarsysteem: we maken inzichtelijk hoe en waar een hacker probeert binnen te dringen, en stoppen vervolgens zijn poging. We volgen hackers daarbij vanaf het eerste moment, zowel bij simpele als bij gecompliceerde hacks. De input die we daar uit halen gebruiken we ook weer om onze tactieken te verbeteren.

Heb je moeten wennen aan het ondernemerschap?

Nou, eigenlijk focus ik me nog steeds vooral op de ontwikkeling van het product. Voor de verkoop van BitSensor werken we samen met partners, dat scheelt een hoop werk. Zij bieden het aan bij klanten en helpen daar vervolgens met de implementatie. Dat geeft ons de ruimte om volledig te foccusen op de ontwikkeling en optimalisering van BitSensor. De kwaliteit die we bieden is de kracht van het bedrijf. Het zou zonde zijn als die afneemt omdat Alex en ik te druk zijn met andere zaken.

Hoe doen jullie dat dan met nieuw personeel?

De zoektocht naar talent is voor veel IT-bedrijven een enorme uitdaging, je ziet dat daar echt een strijd om plaatsvindt. Natuurlijk bieden wij onze mensen ook zo veel mogelijk, je wil niet onderdoen voor de rest van de markt. Maar wat we doen is ook echt wel een voordeel, we merken dat we echt tot de verbeelding spreken. En dat betekent ook dat wij vaak gevonden worden door internationaal talent: zo verkeren we in de luxe positie dat we niet steeds op zoek hoeven naar nieuwe mensen.

Benieuwd naar het verhaal van Ruben? Meld je dan hier aan voor Digital Wednesday.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Ruben van Vreeland
Ruben van Vreeland
CEO BitSensor
Interview

Nederlandse startups in de VS: droom of nachtmerrie?

nov 13, 2017

Voor veel Nederlandse startups is het een droom: na een succesvolle start in de Benelux de sprong wagen naar het buitenland. En dan het liefste naar de Verenigde Staten, want daar is de ‘sky the limit’ en zijn de wegen met goud geplaveid. Peter Laanen hielp Nederlandse ondernemers bijna 18 jaar lang met de overstap naar de Verenigde Staten. Op woensdag 29 november deelt hij bij Digital Wednesday de do’s en don’ts voor Nederlandse ondernemers in de VS. Om je vast een idee te geven, legden we hem drie stellingen voor.

  1. Met een goed product kan je de VS veroveren

Natuurlijk kan dat. Maar je moet niet denken dat zodra je uit het vliegtuig stapt er allerlei deuren voor je opengaan. Veel belangrijke investeerders zitten op Sand Hill Road. Sommige ondernemers denken dat je daar gewoon kan aankloppen en dat ze dan wel naar je luisteren. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet je echt de juiste mensen kennen. En dan ben je er nog niet hoor. Als je wordt uitgenodigd moet je in staat zijn om een inhoudelijke en overtuigende elevator pitch te houden. Zo’n moment kan je maken of breken. Want al is je product nog zo goed, als je het niet goed kan uitleggen ben je nergens.

  1. Nederlands beheersen de Engelse taal uitstekend

Als je hier echt wil slagen moeten alle details kloppen. Een goede beheersing van de taal blijkt vaak toch een grotere uitdaging. Dat zit hem in kleine dingen: een Amerikaan zegt vrij snel ‘awesome’, maar dat betekent niet dat hij je verhaal echt geweldig vindt. En vertel je in een verhaal over liters, kilogrammen of graden Celsius, dan ben je de Amerikanen al kwijt. Neem nou die elevator pitch, daarbij moet je echt in staat zijn om je verhaal snel en helder te presenteren. Op zo’n moment wil je niet struikelen over een ingewikkeld woord, dan is je momentum weg. Daarnaast bewijs je jezelf natuurlijk ook geen dienst als je iets heel anders zegt dan je bedoelt. En dat zit hem soms al in hele kleine nuances.

  1. We kunnen iets leren van Amerikaanse bedrijven

In Nederland zijn we gewend om met een vangnet te werken. Op het gebied van uitkeringen en zorg is alles hier enorm goed geregeld, als je het vergelijkt met de VS. Maar dat maakt wel dat ze daar veel efficiënter omspringen met hun middelen. Startups die een miljoeneninvestering krijgen blijven in de VS gewoon lean & mean opereren, ieder dubbeltje wordt daar omgekeerd. Met dat geld moet je het immers doen, daarmee kan je de sprong maken naar de echte top. In Nederland zie je vaak dat zo’n investering al bijna als einddoel wordt beschouwd. Dan rijdt de CEO plotseling in een mooie wagen en neemt het heilige vuur toch wat af.

 

Meer weten over de wereld van startups? Kom 29 november naar Digital Wednesday in Eindhoven. Aanmelden doe je hier.

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Peter Laanen
Peter Laanen
International Trade Director in San Francisco
Interview

Grote stappen maken met customer journeys

okt 22, 2017

Harald Lamberts is eigenaar van service design bureau Essense. Sinds de oprichting in 2011 is het bureau flink gegroeid: naast het Amsterdamse kantoor is er sinds mei 2017 ook een vestiging in Eindhoven actief. Als strategisch design consultant is Lamberts bezeten van het ontwerpen van services die een positieve impact hebben op consument en maatschappij. Bij Digital Wednesday vertelt hij hoe bedrijven hun dienstverlening met de hulp van service design kunnen verbeteren.

Wat doet een service designer precies?

Service designers brengen de hele dienstverlening van organisaties in kaart. Het gaat dan echt om alles wat er bij de ‘customer journey’ komt kijken. Websites en mobiele applicaties vormen eigenlijk maar een onderdeel van dat geheel. Natuurlijk hangt klantervaring nauw samen met wat er op digitale kanalen gebeurt, maar er is meer dan dat. Neem bijvoorbeeld ons traject voor Schiphol: daar hadden we te maken met verschillende kanalen voor Parkeren, See-Buy-Fly en Plaza. Die hadden allemaal eigen communicatielijntjes lopen naar klanten. Terwijl het voor klanten een betere ervaring oplevert als je dat allemaal op elkaar afstemt. Door alles vanuit klantperspectief in kaart te brengen, maken wij inzichtelijk hoe de klantervaring verbeter kan worden. Zo maken we kansen inzichtelijk en dragen we bij aan een mogelijke oplossing. Dat is service design: het ontwerpen van dienstverlening en bijbehorende klantervaring.

Krijgen jullie van bedrijven daarbij dan alle vrijheid?

Nou, het is niet alsof we aankomen en dat iemand dan zegt: ‘verander alles maar’. We maken een analyse en brengen daarvoor een advies uit. Het is dan aan onze opdrachtgever om te beslissen wat ze daar mee willen doen. In de praktijk zitten ze echt niet altijd op die totaaloplossingen te wachten, maar je moet soms gewoon even door de zure appel heen. Stel nou dat je allemaal directeuren hebt die allemaal op hun eigen silootje zitten: klanten van jouw bedrijf krijgen dan als gevolg al snel een gefragmenteerde ervaring. Dan is het nodig om je dienstverlening horizontaal te ontwerpen en zo te zorgen dat de functionele afdelingen samen één coherente klantervaring opleveren.

Hoe vindt zo’n omslag in de praktijk plaats?

Ik haalde net al even het voorbeeld van Schiphol aan. Klanten ontvingen van nieuwsbrieven voor alle verschillende diensten, nu is dat meer één geheel geworden. De afdeling binnen Schiphol waar wij voor werken heeft dit intern heel goed opgepakt en daar werken de leidinggevenden van de verschillende afdelingen nu goed samen. Bij PostNL was sprake van een vergelijkbare situatie waar de klantinteractie voor de kanalen retail, bezorger en digitaal niet altijd optimaal afgestemd was. Nu we met hun vanuit customer journeys werken zie je al dat er grote stappen gemaakt worden. Ook daar wordt dit nu heel goed opgepakt vanuit de online afdeling.

Wat onderscheidt jullie van gewone designers?

Volgens mij bewegen veel designers steeds meer richting service design. Wat je ook maakt, uiteindelijk draait het altijd om de beleving van de eindgebruiker. Vanuit onze rol brengen we de ervaring van gebruikers in kaart en brengen we vervolgens waar mogelijk verbeteringen aan. De rol van service designers is dan eigenlijk ook vaak het faciliteren van andere disciplines. We brengen techneuten, marketeers en andere merkvertegenwoordigers samen. Dat doen we door alle kennis, feedback en data inzichtelijk te maken en daarbij verbanden te leggen. Dat stelt onze opdrachtgevers in staat weloverwegen beslissingen te nemen die zowel commercieel belang als klantervaring dienen.

Hoe zie je de toekomst van service designers?

Het wordt geleidelijk steeds iets strategischer. Drie jaar geleden was het allemaal nog niet zo aan de orde, dan bleven de vragen die wij nu beantwoorden vaak in de ontwikkelteams hangen. Nu meer bedrijven zich bewust worden van de waarde van de totale klantervaring zie je dat ons werk ook bij de boardroom de aandacht trekt. Onze rol wordt in die zin steeds sturender. Het wisselt natuurlijk per branche hoe groot de urgentie is, maar de stijgende lijn is overal ingezet. Neem nou de bankensector: eigenlijk gaat het daar natuurlijk om een commodity product, dan kan je jezelf onderscheiden met klantervaring. Dan is service design plotseling heel urgent en dat beseffen ze ook.

 

Meer weten over service design? Harald Lamberts spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Harald Lamberts
Founder & Owner at Essense
Interview

Coderen is de toekomst van design

okt 18, 2017

Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider. Hij heeft meer dan 18 jaar ervaring in het werken voor startups, adviesbureaus en organisaties zoals Philips, Frog design, Nokia, Wire en McKinsey. Bij Digital Wednesday vertelt hij op 25 oktober waarom je als ontwerper altijd moet open staan voor nieuwe mogelijkheden. Daarbij focust hij in het bijzonder op de mogelijkheden van programmeren, die het vakgebied een nieuw aanzicht bieden.

Is er de laatste jaren veel veranderd voor ontwerpers?

Absoluut. Als ontwerper wil je ideeën zo concreet en tastbaar mogelijk maken voor engineers, stakeholders en de gebruikers waar je de ideeën mee test. Ontwerpers hebben er altijd naar gestreefd om hun ideeën via prototypes zo snel mogelijk tot leven te brengen, in elk stadium van het ontwerpproces. Hoe verder in het proces, hoe gedetailleerder de prototypes – soms zo gedetailleerd dat ze nauwelijks nog van het eindproduct zijn te onderscheiden. De laatste jaren heeft er op het gebied van digital prototyping tools een enorme ontwikkeling plaatsgevonden, het is voor technologiebedrijven wereldwijd een essentieel onderdeel van het ontwikkelingsproces geworden. Voor ontwerpers ontbreekt echter directe controle over het eindproduct.

Waarom is controle over het eindproduct zo belangrijk

Omdat we anders veel te ver van het eindproduct af staan. Vroeger werd alles tot in detail omschreven in een specificatie-document, dat besloeg dan soms wel honderden pagina’s. Maar wat als er tussendoor iets bijgestuurd moet worden? Dan kan dat hele document misschien wel de prullenbak in. Vanuit de softwarewereld is er een tegenbeweging opgekomen waarbij veel meer agile wordt gewerkt, met beknoptere documenten en veel iteraties. Maar dan heb je nog steeds het probleem dat engineers in principe alles letterlijk overnemen – ze doen echt wat jij op papier hebt gezet, ook als dat niet logisch is. Daarom moet je alles heel goed plannen en met ze afstemmen, en daar gaat in de praktijk veel tijd verloren. Dan is het eigenlijk veel logischer om als ontwerper te investeren in technische vaardigheden en zo een stap naar de engineer te zetten.

Zijn daar dan geen goede tools voor?

Jawel hoor. Met de juiste tools kan je een hele gedegen basis leggen voor engineers. In mijn geval gaat het meestal om het ontwerp van applicaties voor mobiele producten, desktop en televisie. Dat kan je met de juiste tools nu zelfs visueel manipuleren als het product al online staat, maar het probleem is dat de mogelijkheden dan nog beperkt zijn. Je kan niet alles precies doen zoals je het wil. De tijd die daarmee verloren gaat kan je beter steken in het leren van een programmeertaal als Swift, dat door Apple is ontwikkeld om programmeren voor hun producten toegankelijker te maken. Ze hebben zelfs een tool ontwikkeld voor kinderen, die zo spelenderwijs kunnen leren programmeren. Als je er maar tijd en moeite in steekt kan iedereen dat dus leren. Het is alsof je een tweede taal leert die je werk makkelijker maakt.

Gaat dat niet wat ver voor creatievelingen?

Laat ze juist maar uit die comfortzone komen. Wat mij betreft is een goede ontwerper altijd nieuwsgierig. Als je de mogelijkheid krijgt om beter werk te leveren, dan moet je dat op zijn minst uitproberen. Zelfs als dat een investering van tijd en moeite met zich meebrengt. Het voordeel is dat je snel bij bent, want de ontwikkelingen gaan in de praktijk heel snel: als ik een half jaar niets doe, dan loop ik ook al hopeloos achter de feiten aan. Je kan nu bijvoorbeeld al werken in een digitale omgeving waarbij je real-time ziet wat je bouwt. Dat is best te vergelijken met wat kinderen in Minecraft doen. Zo kan je veel meer focus op het ontwerp zelf leggen, in plaats van op allerlei randzaken. Ontwerpen krijgt zo een hele andere dimensie, dat moet je jezelf niet ontzeggen.

Verandering van spijs doet eten?

Precies. Je moet niet altijd alleen maar vasthouden aan wat je kent, want er is zo veel meer mogelijk dan je denkt. Dat geldt voor jong en oud. Als je maar nieuwsgierig en gedreven genoeg bent om nieuwe dingen te proberen.

Meer weten over de toekomst van design? Robert Kortenoeven spreekt op 25 oktober in Eindhoven bij Digital Wednesday. Reserveer hier kosteloos je toegangstickets.

 

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven is designer, programmeur en creatief leider.

 

Artikel is geschreven door Olivier Wortel  van Lubbers De Jong.

Robert Kortenoeven
Robert Kortenoeven
Designer, strategist, creative leader
Interview

Sander Bartmann (DSM): “Wij gebruiken bewust B2C-tactieken in onze B2B-marketingaanpak”

sep 20, 2017

Sander Bartmann is Global Brand Manager van een ‘wereldberoemd’ ingredient product dat veel mensen mogelijk (nog) niet kennen, maar dat talloze toepassingen kent. Namelijk DSM’s supersterke UHMWPE-vezel die beter bekend is onder de merknaam Dyneema. De komende Digital Wednesday (27 september) vertelt hij hoe DSM aan een begeerlijk ingredient brand bouwt dat steeds meer producenten ‘inside’ hun merkartikelen willen hebben.

Dyneema is in 1963 uitgevonden door Dr. Albert Pennings. Het heeft uiteindelijk tot begin jaren 90 geduurd voordat DSM het product is gaan commercialiseren. De Dyneema-vezel is 15 keer sterker dan staal op basis van hetzelfde gewicht, tevens is het heel duurzaam. In de afgelopen 25 jaar hebben deze exceptionele eigenschappen van Dyneema ervoor gezorgd dat er verschillende markten opgeschud zijn. Denk daarbij aan touwen en stroppen in de maritieme industrie, kogelwerende vesten en bepantsering voor de militaire industrie, en snijbestendige handschoenen en kleding.

‘Met Dyneema’

De laatste jaren heeft Dyneema nieuwe toepassingen gevonden in verschillende textielvormen. Dit heeft er toe geleid dat Dyneema nu wordt toegepast in allerlei ‘heavy duty’ sport- en outdoorartikelen voor bijvoorbeeld bergsporters waarbij lichtgewicht en sterkte (duurzaamheid) de belangrijkste eigenschappen zijn. Bartmann: “Dyneema wordt meer en meer een begeerlijke ‘ingredient brand’ dat door bekende merken zoals Specialized, Stone Island, Under Armour, Levi’s en Adidas in hun producten wordt verwerkt omdat het product daarmee een sterk onderscheidend karakter krijgt. Zoals laptopmerken zich positioneren met ‘Intel Inside’, zo communiceren onze partners dat het product ‘met Dyneema’ is gemaakt.”

Geïntegreerde marketing

Zodoende ontwikkelt de marketingcommunicatie van Dyneema zich volgens Bartmann steeds meer richting de principes die gelden in de B-to-C aanpak. “De klassieke business-to-business-marketingcommunicatie was lang gestoeld op publiciteit via de vakmedia of via het bouwen van relaties in het distributiekanaal. Intussen willen klanten meer dan alleen worden overtuigd door kwaliteit en ratio. Ze willen ook emotioneel geraakt worden en een relatie aangaan met een merk. Het hele (digitale) medialandschap is onderhevig aan continue verandering. Je moet als merk hier snel op kunnen inspelen. Dat vraagt ook om een andere manier van samenwerken met je online marketingbureau. Met Valtech hebben we een sterke strategische relatie door de jaren heen opgebouwd. We werken niet van campagne tot campagne maar denken en acteren meer in complete geïntegreerde programma’s waarbij er meer een ‘wij’-gevoel is dan een bureau-klantrelatie. Alleen op deze manier kunnen we samen tot een maximale impact komen van onze marketingcommunicatie-activiteiten.”

Innovatie en impact

Bartmann geeft als voorbeeld: “Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro hebben we een narrow targeted guerilla-actie gedaan op basis van Facebook-advertenties in combinatie met geolocatie. We hebben zeilfanaten benaderd in een straal van een paar kilometer rond de Olympische haven en onze doelgroep daar in contact gebracht met een Facebook Canvas-advertentie gericht op de introductie van een nieuwe technologie voor zeillijnen.  In twee weken tijd hebben we ruim negentigduizend impressies gehad met enorme engagementcijfers. Dit soort innovatieve activiteiten ontwikkelen in combinatie met de enorme impact, dat geeft een kick!”

Naast Sander Bartmann spreken ook Paul Kerssens (Zamro) en Niek Sanders (Bidfood) op woensdag 27 september op Digital Wednesday in Eindhoven. De toegang is gratis, maar het aantal plekken is beperkt.

 

 

Artikel is geschreven door Erwin van den Brink van Lubbers De Jong.

Sander Bartmann
Global Brand & Communications Manager @DSM